Laagland Archeologie heeft in oktober tot en met december een Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd voor de realisatie van het zonnepark Hilvarenbeek 2 aan de Zandstraat te Haghorst. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de wijziging van het bestemmingsplan. Het onderzoek is uitgevoerd conform het SIKB KNA protocol 4003.Het karterende booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.In het onderzoeksgebied langs de Zandstraat in Haghorst is de oorspronkelijke podzolbodem relatief goed bewaard gebleven. Dit komt mede door de vorming van een dik stuifzandpakket, waardoor het restant van de podzolbodem behouden is gebleven voor landbewerking. In het noorden en zuiden van het onderzoeksgebied is de A- en E- horizont afgestoven en is een stuifzandlaag op de Bh-horizont afgezet. In het zuiden van het onderzoeksgebied is de podzolbodem minder goed bewaard gebleven en is vaak de gehele podzolbodem ‘uitgeblazen’. In het tussenliggende gebied is de stuifzandlaag nauwelijks aanwezig maar is toch in ongeveer 40% van de boringen een restant van de podzolbodem aangetroffen.Ondanks dat de podzolbodem toch relatief goed bewaard is gebleven, zijn bij het uitzeven van de grondmonsters relatief weinig archeologische indicatoren gevonden. In een groot deel van het onderzoeksgebied worden daarom geen archeologische waarden meer verwacht. Van de vier boringen met indicatoren is slechts één ‘harde’ indicator aan te wijzen; een vuursteenafslag in boring 493. De overige drie ensembles zijn twijfelachtig door de aanwezigheid van windlak op de silex of omdat enkel houtskoolbrokken zijn aangetroffen. Daarom moet rondom boring 493 nog rekening gehouden worden met de aanwezigheid van een archeologische vindplaats (bijlage 5). Op deze locatie is de B-horizont en ook het potentiële archeologische vondstenniveau nog intact. De top van dit niveau ligt op een variërende diepte van 45 tot 60 cm -mv.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische waarden bevat, afgezien van de zone rondom boring 493 (bijlage 5). Wij adviseren in deze zone een maximale verstoringsdiepte van 30 cm te hanteren. Als dit niet mogelijk is dient de potentiële archeologische vindplaats verder in kaart gebracht worden door middel van een waarderend booronderzoek of een proefputtenonderzoek. De overige delen van het plangebied kunnen vrijgegeven worden voor de voorgenomen ontwikkeling.De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Hilvarenbeek, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, het Monumentenhuis Brabant.Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.Reactie bevoegd gezag Met het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, rondom boring 493 een maximale verstoringsdiepte van 30 cm te hanteren óf vervolgonderzoek in de vorm van waarderende boringen of proefsleuven te doen uitvoeren, kan niet worden ingestemd. Monumentenhuis Brabant adviseert vanwege de geringe archeologische verwachting dat het volledige plangebied wordt vrijgegeven voor de voorziene planontwikkeling en (bouw)vergunning wordt verleend door de Gemeente Hilvarenbeek onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225).