In opdracht van ARCADIS REGIO B.V. heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in het najaar van 2007 een cultuurhistorische aardkundige waardenkaart en advieskaart vervaardigd voor het plangebied Westelijke Langstraat in de gemeente Waalwijk. In het plangebied zullen diverse herinrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd om gestelde natuurdoelen te realiseren. Voor een goede erfgoedzorg is een archeologisch, cultuurhistorisch en aardkundig onderzoek uitgevoerd. Het resultaat is een cultuurhistorische en aardkundige waarden- en advieskaart op grond waarvan kan worden vastgesteld in welke mate archeologische, historisch- geografische en aardkundige waarden in het gebied worden bedreigd door geplande ingrepen. De kaart vormt dus een eerste praktisch handvat bij de inpassing van cultuurhistorische en aardkundige waarden in een vroege fase van de planvorming. De basis van het plangebied bestaat uit dekzanden die zijn afgezet in de laatste ijstijd. In het dekzandlandschap deden zich gradiëntsituaties voor die interessant waren voor jager-verzamelaars. Het dekzand is in het warmere Holoceen deels afgedekt geraakt met veen. Door de veenbedekking was het gebied voor de eerste landbouwers waarschijnlijk ongeschikt voor bewoning. Vanaf het jaar 1000 na Chr. werden de veengebieden vanaf de oeverwallen langs de Maas voor de landbouw ontgonnen. Omdat het veen na de ontginning sterk inklonk, werden de akkers en daarmee ook de bewoning, steeds verder naar het zuiden opgeschoven, om de voeten droog te houden. De kaden die de akkers tegen wateroverlast moesten beschermen, dienden daarbij veelal als ontginningsas. Een aantal ontginningsassen zijn in het gebied bewaard gebleven. In de loop van de Middeleeuwen vond ook ontginning plaats ten behoeve van de turfwinning. Om het turf af te voeren werden turfvaarten gegraven, die de Westelijke Langstraat van zuid naar noord doorsnijden. In 1421 ging het gebied ten noorden van het plangebied ten onder in de golven van de St. Elizabethsvloed. De Winterdijk ging dienst doen als zeedijk en ten noorden hiervan ontstond een estuarium, waar door de zee kleien werden afgezet die restanten van het veen hebben afgedekt. Het veen ten zuiden van de dijk bleef gespaard en daardoor is uiteindelijk een smalle strook veen overgebleven, waarin naast het historische langgerekte verkavelingspatroon veel historisch-geografische elementen bewaard zijn gebleven die verwijzen naar de ontginningsgeschiedenis van het gebied. Het gebied is door de provincie Noord-Brabant daarom aangewezen als aardkundig waardevol gebied. Op basis van de gebiedsbeschrijving is een verwachtingsmodel opgesteld dat aansluit bij de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Waalwijk. Hieruit blijkt dat op het afgedekte dekzandoppervlak geen uitgesproken zandopduikingen voorkomen die interessant zijn geweest voor bewoning. Het is echter niet uit te sluiten dat zich hier zeer kleinschalige, interessante bewoningslocaties hebben bevonden die door de jager-verzamelaars gebruikt zijn. Voor de eerste landbouwers was het gebied echter te nat. Pas tijdens de Middeleeuwen zijn de mensen het gebied ingetrokken. Bewoningssporen uit deze periode kunnen vooral verwacht worden langs de oude ontginningsassen, langs de dijken en langs de vaarten. Op basis van de beschreven archeologische, historisch-geografische en aardkundige waarden in het gebied, zijn adviezen met betrekking tot een verantwoorde omgang met cultuurhistorie en de aardkundige waarden opgesteld. In zijn algemeenheid geldt dat de bedreigingen voor de aanwezige waarden het meest beperkt kunnen worden, wanneer rekening wordt gehouden met bestaande patronen en structuren. Er dient naar gestreefd te worden de graafwerkzaamheden te beperken tot de gebieden met een lage archeologische verwachting en daarnaast te zoeken naar creatieve oplossingen om bepaalde doelen te halen, zodat kenmerkende historisch- geografische elementen behouden kunnen blijven. Op kaartbijlage 3 zijn de aanwezige waarden afgezet tegen de inrichtingsmaatregelen en voorzien van een advies. Bij onderhavig onderzoek hebben de beleidslijnen van de gemeente Waalwijk als uitgangspunt gediend. Om echter tegemoet te komen aan de eisen van de provincie Noord-Brabant (het bevoegd gezag), is in de advisering getracht af te stemmen op uitgangspunten zoals die ook in eerdere vergelijkbare onderzoeken zijn verwoord en die aansluiten bij de specifieke eisen van de provincie Noord-Brabant.