In opdracht van Teunissen + Berendse Holding BV heeft RAAP in oktober – november 2025 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Vlotlaan 535 te Monster in de gemeente Westland (figuur 1).
Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
• Het onderzoeksgebied ligt in het West-Nederlandse kustgebied, in het mondingsgebied van de Maas. De vorming van dit gebied hangt nauw samen met de stijging van de zeespiegel in de huidige warme periode, het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden). Door de stijgende zeespiegel schuift de kustbarrière steeds verder landinwaarts, waarbij de oudere afzettingen steeds worden opgeruimd. De zeespiegelstijging neem in de loop van het vierde millennium voor Chr. af waardoor een kustbarrière ontstaan van aaneengesloten strandwallen waarop duinvorming plaatsvond. Ook het plangebied is gelegen op deze landvormen. Rond 2000 voor Chr. is de mariene activiteit in het gebied verder afgenomen en vindt veengroei plaats.
• Vanaf 1500 voor Chr. vinden er verschillende fases van hernieuwde mariene activiteit plaats in het gebied. Dit betreffen de afzettingen van de Oer-Gaag rivier (1500 – 850 voor Chr.) en de Gantel (500 voor Chr. en 50 na Chr.). Tijdens deze afzettingsfases dringt de zee via veenriviertjes het achterland binnen, waardoor getijdegeulen ontstaan die zich diep in de oudere afzettingen insnijden. Door de getijdegeulen ontwatert het veen, dat inklinkt en waardoor op het veen een kleidek wordt afgezet. Uiteindelijk verlanden de getijdegeulen en vindt er opnieuw veenvorming plaats.
• In de vroege middeleeuwen raken grote delen van het Westland weer overveend. Het veen uit deze periode vormt de Hoekpolderveenlaag (Binnen de Formatie van Nieuwkoop). Deze veenlaag is bij de ontginning van het gebied veelal verdwenen, maar een restant is vaak nog te herkennen (de Woudlaag). Het plangebied ligt in deze periode binnen het kweldergebied rondom de Groote Gantel.
• Door doorbraken van strandwallen en dijken in de 11e – 13e eeuw wordt in een groot deel van het Westland een dek van zandige klei afgezet. Deze klei vormt de Laag van Poeldijk binnen het Westland-complex. In de loop van de 13e eeuw wordt het gebied opnieuw bedijkt en komt er een eind aan de sedimentatie in het gebied. In het plangebied blijkt op basis van historische kaarten geen bewoning te hebben plaatsgevonden.
• In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen archeologische onderzoeken uitgevoerd. De dichtstbijzijnde uitgevoerde onderzoeken bevinden zich in de dorpskern van Monster. Tijdens deze onderzoeken zijn archeologische resten uit de periode ijzertijd – nieuwe tijd aangetroffen op de Oude Duinen.
• Op basis van het voorgaande worden in het plangebied resten van landbouwers (laat neolithicum, midden bronstijd - vroege middeleeuwen) verwacht. Voor resten van jagers-verzamelaars (mesolithicum - neolithicum) geldt een niet nader te gespecificeerde verwachting. Voor resten uit de vroege bronstijd en staatssamenlevingen (late middeleeuwen – nieuwe tijd) geldt, op basis van landschappelijke, archeologische en historische bronnen, een lage archeologische verwachting.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.
Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Westland, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.