Aanleiding tot het archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) zijn de bouwplannen voor de onderzochte locatie aan Wierewei 11 te Oudkerk.Uit het eerder uitgevoerde bureauonderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied op een mogelijk terp ligt. De terp is op de verschillende kaarten op verschillende plaatsen aangegeven. De kaarten in Archis geven de terp min of meer noord-zuid georiënteerd aan. Het terrein van hoge archeologische waarde op de monumentenkaart is echter oost-west georiënteerd. Op het terrein staat een boerderij die minimaal één keer verbouwd is. Daarbij is de stalruimte in zuidelijke richting verlegd. Het woonhuis staat op ten zuiden van de oorspronkelijke huiskavel. Vermoedelijk beperkt de terp zich tot de oorspronkelijke huiskavel. De terp zou uit de midden ijzertijd stammen.Uit het booronderzoek blijkt dat in twee boringen (3 en 4) terplagen aanwezig zijn. In deze terplagen is in de boor terpaardewerk aangetroffen dat ruwweg uit de midden ijzertijd stamt. In de boringen 5 t/m 8 bevindt zich in de top opgebracht materiaal dat van elders van de terp afkomstig is. Deze grond bevat puinresten van de vorige boerderij en in de boringen 5 en 6 zijn scherven terpaardewerk aangetroffen. De boringen ten zuiden van de geplande nieuwbouw tonen aan dat de bodem hier tot circa 2 m diepte vergraven is. Boring 11 is aan de westzijde van de boerderij gezet binnen het perceel waarop de bebouwing in de 19e eeuw is aangegeven. In deze boring is, onder een laag opgebracht zand een terplaag aanwezig die tot 2 m diepte doorloopt. Binnen een deel van het onderzoeksgebied is sprake van een terp die op grond van het aangetroffen aardewerk uit de midden ijzertijd stamt. In de diepere ondergrond, rond de 3 meter, bevindt zich veen. Hierop ligt klei met veel humusvlekken die rond rietwortels zijn ontstaan. Dit geeft aan dat we er sprake is van een relatief nat, moerasachtig gebied. Naar boven toe gaan deze bodemlagen over in terplagen of verstoorde, dan wel recent opgebrachte grond.