Leiden de Oude Kooi Booronderzoek

DOI

ADC ArcheoProjecten heeft in december 2013 en januari 2014 een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de woonwijk De Oude Kooi in Leiden (gemeente Leiden). Aanleiding is aanleg van een aanvullend rioleringsstelsel.Op aanwijzing van de bevoegde overheid is voorafgaand aan het veldonderzoek geen bureauonderzoek uitgevoerd. Een gespecificeerde archeologische verwachting is daarom niet opgesteld. In algemene zin kan worden gesteld dat het plangebied zich uitstrekt van de oeverzone van de Oude Rijn in het zuiden richting het aangrenzende komgebied in het noorden. Dit blijkt onder andere uit het kaartbeeld van de geologische kaart van Van Heeringen. Op deze kaart ligt het zuidelijke deel zich in een zone, die gekarteerd is als Duinkerke I geul en geulafzettingen’. De afzettingen zijn gerelateerd aan een transgressiefase, die tussen 500 en 200 voor Chr. plaatsvond. In deze periode reikte de mariene invloed tot ten oosten van het huidige grondgebied van Leiden. De afzettingen in de stroomgordel bestaat in hoofdzaak uit matig fijn zand, plaatselijk afgewisseld met kleilaagjes. De afdekkende kleilaag is zeer zwaar en compact met roestvlekken. Het centrale en noordelijke deel ligt in een zone, die gekarteerd is als ‘Duinkerke 0 onder Duinkerke 1’. De Duinkerke 0 transgressiefase vond plaats tussen 1500 en 100 voor Chr. De hieraan gerelateerde afzettingen worden gekenmerkt door zware rietkleien. De top van de geulafzettingen vormden in de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen een bewoningsniveau. In de Late Middeleeuwen werd langs de Oude Rijn een dijk opgeworpen, de huidige Lage Rijndijk. Langs deze dijk kunnen resten van bebouwing worden verwacht met een datering vanaf de Late Middeleeuwen. Eventuele resten zijn afgedekt door een zandpakket, dat is opgebracht bij de aanleg van de woonwijk De Kooi, die deels tijdens de eerste stadsuitbreiding (1896) en deels tijdens de tweede stadsuitbreiding (1920-1934) werd gerealiseerd.Uit het booronderzoek blijkt dat de (sub)recente stadsophoging een dikte heeft van 55 tot 110 cm. De (natuurlijke) ondergrond onder de stadsophoging bestaat uit komafzettingen, kleiig bosveen en humeuze klei (Formatie van Nieuwkoop), die naar boven toe zeer geleidelijk overgaat in een 75 tot 150 cm dik pakket kleiige en zandige kwelderafzettingen (Laagpakket van Walcheren binnen de Formatie van Naaldwijk). Hierop is plaatselijk nog de voormalige bouwvoor (uit de periode vóór de aanleg van de woonwijk) aanwezig. Deze heeft een dikte van 20 tot 60 cm. Afgezien van de aanwezigheid van een 20 tot 60 cm dikke bouwvoor zijn de kwelderafzettingen intact. De op basis van de archeologische beleidskaart geformuleerde verwachting dient dan ook te worden gehandhaafd. In enkele boringen in de top van de kwelderafzettingen baksteenspikkels waargenomen. In boring 10 is een fragment aardewerk (vermoedelijk pre-middeleeuws) aangetroffen. Op basis van waarnemingen in de regio Leiden is bekend is dat de top van de oeveren kwelderafzettingen in de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen een bewoonbaar oppervlak vormden (‘Duinkerke I’). Mogelijk dient het aangetroffen vondstmateriaal in deze context te worden geplaatst. Op grond van het ontbreken van een humeus en/of ontkalkt niveau moet evenwel worden aangenomen dat het sporenniveau gedeeltelijk is opgenomen in de bouwvoor. De onderkant van dieper ingegraven sporen kan echter nog wel aanwezig zijn.Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Om de archeologische verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, adviseert ADC ArcheoProjecten om in een zone rondom de boringen waar archeologische indicatoren zijn aangetroffen (nrs. 4, 8, 10, 14, 17, 18, 21, 26 en 37) alsmede de zone met een hoge archeologische verwachting (conform beleidsadvieskaart) tijdens de graafwerkzaamheden in een archeologische begeleiding te voorzien. De archeologische begeleiding dient hetzelfde doel als een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (AB/IVO-P). Dit betekent dat indien bij de civiele werkzaamheden toch vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen, deze worden geregistreerd en, in zover de werkzaamheden dat toelaten, worden gedocumenteerd. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).Voorts wordt adviseert om het overige deel van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

De Oude Kooi, Leiden (gemeente Leiden)

Date: Periode van uitvoering: december 2013, januari en februari 2014

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-XB7-G6W5
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-XB7-G6W5
Provenance
Creator R.M. van der Zee
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor M.G. Nieuwenhuijsen; C.Y. Burnier (ADC ArcheoProjecten); ADC ArcheoProjecten
Publication Year 2016
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact M.G. Nieuwenhuijsen (ADC ArcheoProjecten)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 9964; 9294; 964; 4496; 4105981
Version 1.0
Discipline Humanities