In opdracht van de heer Cor Wouters heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 3 en 4 januari 2007 een definitieve opgraving uitgevoerd in verband met woning bouw in de gemeente Baarle-Nassau. Vanwege de geringe opper vlakte van het plangebied en omdat in het plangebied alleen graafwerkzaam heden plaatsvinden op plaatsen van de op te richten gebouwen, is in overleg met het bevoegd gezag besloten om zowel het proefsleuvenonderzoek als een even tuele opgraving in 1 stap plaats te laten vinden. Uitgangspunt hierbij is dat de tijdsplanning en voortgang van het project zo weinig mogelijk of geen ver traging oplopen en de kosten beperkt worden. De contouren van de proefsleu ven volgen hierdoor de contouren van de bouwputten. Tijdens het onderzoek zijn in de 2 deelgebieden 6 proefsleuven aangelegd op de plaats van de bouwputten (500 m2). De eerste vier proefsleuven zijn in het zuidelijke deelgebied aangelegd. Een vijfde proefsleuf is eveneens in het zuidelijke deelgebied, evenwijdig aan de Molenbaan aangelegd over een lengte van 40 m en een breedte van 2 m (oppervlakte 80 m2). In het noordelijke deelgebied is nog een zesde sleuf aangelegd. In het hele plangebied is een enkeerdgrond aangetroffen. Onder het opge brachte esdek is een oudere akkerlaag aangetroffen. In het zuidelijke deelgebied (deelgebied 1) van het plangebied is een cluster sporen met aardewerk uit de Midden en Late IJzer tijd aangetroffen (vindplaats 1). Deze vindplaats is tijdens het onderzoek conform het PvE volledig onderzocht waarbij alle aangetroffen grondsporen zijn opgegraven. Er zijn tijdens het onderzoek in het gehele plangebied sporen van gebruik als cultuurland vanaf de Prehistorie vastgesteld. De hoge archeo logische verwachting geformuleerd tijdens het inventariserend archeologisch onderzoek is tijdens onderhavig proefsleuvenonderzoek bevestigd. Aangezien de hele Archeologische Monumentenzorgcyclus (AMZ) volledig door- lopen is, is geen vervolgonderzoek meer nodig. De vindplaats is echter als behoudenswaardig gewaardeerd. Derhalve wordt voor de niet bebouwde delen van het zuidelijke plangebied een dubbelbestemming “archeologisch waardevol gebied” aanbevolen. Bodemingrepen dieper dan 050 m -Mv dienen vooraf te worden gegaan door een archeologisch onderzoek. Deze vooropgestelde diepte komt overeen met een hoogte tussen 2580 en 2600 m +NAP. Op het moment van het schrijven van deze eindversie is de vrijstellingsprocedure op het bestemmingsplan reeds doorlopen. Dit betekent dat bovenstaand advies bij een toekomstige herziening van het bestemmingsplan verwoord dient te worden.