Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Harreveldseweg 21 t/m 31 te Zieuwent, gemeente Oost Gelre (GD) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Harreveldseweg 21 t/m 31 te Zieuwent, gemeente Oost Gelre (GD)

DOI

Laagland Archeologie heeft in maart-april 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Harreveldseweg 21 t/m 31 te Zieuwent. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van woningen.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Op basis van de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost-Gelre ligt het plangebied binnen een zone waar dekzandruggen en -koppen, afgedekt met een > 50 cm dik plaggendek (enkeerdgronden), te verwachten zijn. Onder het eerddek wordt een veldpodzol verwacht.In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland met een klein deel weiland. Het plangebied was deels gelegen op bouwlandpercelen waarvan de verkaveling karakteristiek is voor een landinrichting tenminste daterend in de Vroege of Volle Middeleeuwen. Uit oude kaarten blijkt dat het plangebied onbebouwd was tot circa 1975. Er dient rekening te worden gehouden met bodemverstoring samenhangend met de bebouwing.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.De natuurlijke ondergrond of een slootdemping is overal aangetroffen vanaf 80 cm -mv (18,09 à 18,20 m +NAP). De natuurlijke ondergrond en/of slootdempingen onder het plaggendek zijn in ieder niet verstoord door latere bodemingrepen. Op basis van het dempingspakket in de sloten met scherpe vlekken en de aanwezigheid van baksteen als archeologische indicator, zijn deze sloten ergens in de Nieuwe Tijd of subrecente tijd gedempt. Het kan zijn dat deze sloten al ergens in de Middeleeuwen zijn gegraven. De archeologische verwachting voor het plangebied moet worden gehandhaafd.Afhankelijk van de plannen en de daarmee gepaard gaande bodemingrepen wordt het archeologische niveau aanwezig vanaf 80 cm -mv (18,09 tot 18,20 m +NAP) mogelijk geraakt. Dit impliceert dat archeologisch onderzoek aan de orde is bij ingrepen van 50 cm ?mv (18,40 m +NAP) of meer, waarbij een buffer van 30 cm wordt aangehouden. Opgemerkt dient te worden dat de contouren van de nieuwbouw grotendeels binnen de contouren van de huidige bebouwing vallen.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 18,40 m +NAP reiken.Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).De Omgevingsvergunning kan worden afgegeven, waarbij voorwaarden dienen te worden opgenomen voor een behoud in-situ. Voor de situatie dat behoud in-situ niet mogelijk is dient de voorwaarde opgenomen te worden dat uitvoering van vervolgonderzoek wordt vereist.De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Oost Gelre, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer D. Kastelein.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/DSNPWJ
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/DSNPWJ
Provenance
Creator Laagland Archeologie VOF
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO; Laagland Archeologie BV
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf; application/octet-stream; application/zip
Size 10634; 6605; 4324941; 7353; 197253; 3708939; 375920; 62081; 10034; 12441; 3547; 3882; 1818; 3883; 305746; 6621; 4075; 24128; 448977; 305801; 2904
Version 1.0
Discipline Humanities