Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op de overgang van een hoge stuwwal naar de apex van een sandr. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich geen beek of ven. Dit maakt het plangebied geen geschikte locatie voor de tijdelijke kampementen en bijhorende activiteiten tijdens het Laat-Paleolithicum t/m het Midden-Neolithicum. Er geldt een lage verwachting voor deze periodes. Voor Landbouwers vormde het plangebied wel een geschikte bewoningslocatie. Het kunnen uitvoeren van landbouw vormde een belangrijke factor. Het plangebied bevind zich binnen een gebied met vruchtbare bodems en een goede afwatering. Er geldt een hoge verwachting vanaf het Laat-Neolithicum en zeker voor de periode Romeinse tijd. Circa 400 meter ten westen van het plangebied ligt zeer waarschijnlijk de Romeinse weg van Nijmegen-Cuijk. Aan wegen werd lintbebouwing gerealiseerd en werden de doden begraven. Tevens ligt het plangebied nabij een omvangrijk AMK-terrein waarin sporen aanwezig zijn van een Romeins legerplaats, kampdorp, villa-complex, een nederzetting en meerdere grafvelden zijn aangetroffen. Op basis van geraadpleegd historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw tot aan het begin van de tweede helft van de 20e eeuw onbebouwd is gebleven en juist in agrarisch gebruik was, onderdeel uitmakend van een omvangrijk gebied van akkerlanden. Er worden dan ook geen bewoningssporen verwacht uit de (Late-)Middeleeuwen en Nieuwe tijd, de verwachting voor deze perioden is laag. Verder ligt het plangebied binnen het operatieterrein Market-Garden en binnen het terrein dat gedurende de winter van 1944-1945 gebruikt werd voor de voorbereiding van een offensief over de Rijn: Operation ‘Veritable’. Het plangebied heeft dan ook een hoge verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog.Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) blijkt dat binnen het plangebied moderne bodemverstorende ingrepen vrij beperkt zijn gebleven. Onder de aanwezige tegelverharding en de dunne laag cunet-/stabilisatiezand (zowel binnen als buiten het bebouwde oppervlak) komt een matig dik plaggendek voor, met hierin vermengd de oorspronkelijke minerale bovenlaag. Dit plaggendek is nog wel vrij recentelijk geroerd/omgewerkt, gezien de vermenging in lichte mate met resten/brokjes bouw-, betonpuin en baksteen. Dit zal te relateren zijn aan het gebruik als tuin/moestuin voordat het bebouwd raakte met de bestaande bebouwing, in de jaren ’50 van de 20e eeuw. Hieronder is het van nature gevormde bodemprofiel nog merendeels intact aanwezig, in de vorm van een restant van een Bws- en BC-horizont. Het betreft een restant van een holtpodzolbodem/bruine bosgrond en heeft zich gevormd in de top van de aanwezige gestuwde/ijssmeltwaterafzettingen van de Formatie van Drente. Op grond van deze bodemopbouw geldt vanuit de verkennende fase van het booronderzoek dat het archeologisch potentiële sporenniveau nog deels intact aanwezig is binnen het plangebied. De karterende fase heeft echter geen archeologische indicatoren opgeleverd.Conclusie Op basis van het ontbreken van archeologische relevante indicatoren kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet aanwezig zullen zijn. Er zijn dus geen gevolgen wat betreft archeologie voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt door het booronderzoek bevestigd voor wat betreft de landschappelijke ligging en bodemkundige opbouw, echter niet voor wat betreft de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische indicatoren daterend uit de perioden Laat-Neolithicum t/m de Romeinse tijd en uit de Tweede Wereldoorlog. Advies Op grond van het ontbreken van archeologisch indicatoren, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de gemeente Nijmegen.
Date Accepted: 26-10-2021
Date Accepted: 2021-10-26