ConclusiesUit het bureau-onderzoek is gebleken dat het onderzoeksterrein een hoge archeologische verwachting kent. Er zijn uit de omgeving waarnemingen en vondsten gedaan uit nagenoeg alle archeologische perioden. De archeologische potentie hangt echter samen met de mate van intactheid van de bodemopbouw.Uit het booronderzoek is gebleken dat meer dan de helft van het onderzoeksterrein is verstoord door aftopping of egalisatie. Echter in een zone noordelijk van het midden van het terrein is sprake van een restant van een podzol. Dit betreft een areaal van ongeveer 0,5 hectare. Dit houdt in dat hierin archeologisch vondstmateriaal zou kunnen worden aangetroffen en dat sporen die tot in de C-horizont zijn ingegraven bewaard zullen zijn gebleven.AanbevelingenVanwege het feit dat er mogelijk archeologische resten aanwezig zijn in de strook rond de boringen 4, 5, 8, 9 en 10, wordt aanbevolen om vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden conform de richtlijnen van de Provincie Drenthe, versie 1.0, wat inhoudt dat dit gebied met een megaboor in een verdicht boorgrid van 20 boringen per hectare nader wordt onderzocht. In dit geval komt dit neer op het zetten van tien megaboringen, waarvan de inhoud wordt gezeefd om mogelijke archeologische resten op te kunnen sporen. Het bevoegd gezag, de Provinciaal Archeoloog, beslist over het vervolgtraject.
Date: 2006