In opdracht van BUELENS Ruimte heeft Transect b.v. in maart 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Poeldijkseweg 36 in Wateringen (gemeente Westland). Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. De archeologische verwachting op resten uit de Romeinse tijd is hoog. Het plangebied ligt grotendeels op de verlande Gantel stroomrug, die tussen de 1e tot 3e eeuw zeer geschikt was voor het bedrijven van landbouw. Ten noorden van het plangebied loopt de Poeldijkseweg Wateringseweg, die hoogstwaarschijnlijk al een voorloper heeft uit de Romeinse tijd. Bovendien ligt het plangebied 200 m ten oosten van een Romeinse villa, die via deze weg aan het plangebied is verbonden. Rondom het plangebied is een groot aantal resten bekend uit de Romeinse tijd, onder andere een akker, gebouwen, paalstructuren en losse vondsten. Ook voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. Tegen het einde van de 12e eeuw werden er veelvuldig landbouw bedreven op de zavelige geulafzettingen van de pre-Romeinse Gantel. De meeste woonplaatsen hierop dateren van de 12e tot de 14e eeuw. Het plangebied is in ieder geval sinds 1712 in gebruik als weiland en boomgaard, en is sinds 1880 bebouwd. Resten hiervan worden verwacht in de Laag van Poeldijk. Bovendien ligt het plangebied in een gebied dat gekarteerd is als Widerstandsnest 99, onderdeel van de Atlantikwall. Hierbij kunnen structuren als loopgraven, mangaten en dergelijken worden verwacht. Voor de IJzertijd geldt een middelhoge verwachting. Halverwege de IJzertijd werden grote delen van het landschap geschikt voor bewoning. De bewoning was echter van korte duur (ca. 100 jaar). In de buurt van het plangebied zijn vondsten uit de IJzertijd bekend. Ondanks dat deze vondsten buiten hun archeologische context in een Romeins niveau zijn aangetroffen, duidt dit er wel op dat de omgeving van het plangebied in de IJzertijd bewoonbaar is geweest. In het grootste gedeelte van het plangebied is vanaf de IJzertijd de getijdegeul de Gantel ingesneden, tot 3.5 m. Oudere lagen zijn hierdoor ge rodeerd. Daarom is de verwachting op resten uit oudere perioden laag. Ook voor de Vroege Middeleeuwen geldt een lage verwachting, omdat het plangebied na de Romeinse tijd sterk is vernat. De in het bureauonderzoek vastgestelde hoge verwachting op resten uit de Romeinse tijd is bevestigd in het veldonderzoek. In de top van de oeverafzettingen van de Gantel is een vegetatiehorizont intact bewaard gebleven onder de Laag van Poeldijk, op 80 tot 130 cm -Mv (0,10 m -NAP – 0,31 m -NAP). In dit vegetatieniveau is bovendien een botfragment aangetroffen tijdens het veldonderzoek. Alhoewel er geen cultuurlaag is aangetroffen in de Laag van Poeldijk moet alsnog rekening gehouden worden met archeologische resten uit de Late Middeleeuwen (tijdens een opgraving ten westen van het plangebied bleek namelijk dat het Laat Middeleeuwse en het Romeinse niveau moeilijk van elkaar te onderscheiden waren). Er zijn geen oudere archeologische niveaus aangetroffen. In het deel van het plangebied dat is onderzocht, heeft de Gantel zich tot 300 cm -Mv ingesneden en is het Hollandveen Laagpakket ge rodeerd. In het westelijke deel van het plangebied, waar de Gantel zich mogelijk niet dieper heeft ingesneden (bijlage 8), konden geen boringen worden gezet vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen. De verwachting op resten uit de periode Paleolithicum-IJzertijd wordt bijgesteld naar laag.