Lemmer, Hoek N359-Straatweg, Gemeente De Fryske Marren (Fr.). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek.

DOI

In opdracht van de provinsje Fryslân is door De Steekproef bv een plangebied onderzocht op de hoek van de N359 met de Straatweg in Lemmer, gemeente De Fryske Marren. Dit is locatie 7 uit RAAP-notitie 5521, die eerder in 2016 door RAAP is onderzocht in het kader van de voorgenomen reconstructie van de provinciale weg N359.In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een lage kans op archeologische resten uit de steentijd, bronstijd, ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen en een hoge kans op gebouwresten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd.Om de archeologische verwachting te toetsen zijn op het terrein 23 boringen geplaatst. Er blijken in het gebied geen dekzandkoppen te zijn. Boven het (vlakke) dekzand is natuurlijk veen aanwezig met in de top daarvan laagjes fijn zand die waarschijnlijk zijn ontstaan ten gevolge van overstromingen. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt verder dat in het plangebied een vergraven toplaag aanwezig is waarin en waaronder (sloop)puin is aangetroffen. Dit bestaat zowel uit hard baksteen als uit zacht, sterk verweerd baksteen. De aanwezigheid hiervan komt overeen met de locatie waarop op historische kaarten een boerderij heeft gestaan. Deze heeft waarschijnlijk uit verschillende bouwfasen bestaan. Het oudste deel dateert uit de achttiende eeuw of eerder en bestond uit een lang smal west-oost gericht gebouw. Hiervan zijn sterk verweerde baksteenresten gevonden die mogelijk al uit de zestiende/zeventiende eeuw dateren. In de negentiende eeuw is hier aan de noordoostkant een aanbouw tegenaan geplaatst. Ondanks het hoge aantal boringen, zijn geen resten aangetroffen die als middeleeuws zouden kunnen worden geïnterpreteerd.De resultaten van het booronderzoek laten echter zien dat plaatselijk al vanaf veertig centimeter beneden het maaiveld een intacte bodem aanwezig is. Tevens lijken de resultaten van het booronderzoek er op te wijzen dat de voormalige bebouwing niet volledig is gesloopt. Er moet daarom vanuit worden gegaan dat de funderingen van de verschillende bouwfasen nog (deels) in de bodem bewaard gebleven zijn. De oudste bouwfase ligt waarschijnlijk op de locatie waar in Figuur 4 de ligging van de langgerekte west-oost lopende bebouwing is weergegeven. Mogelijk zijn dit resten van een zogenaamd langhuis. Dit boerderijtype ging vooraf aan de kop-romp- en de kophals-romp boerderijen en bestond gewoonlijk uit een woonhuis, een lager middendeel met een keuken en een melkruimte met daarachter een langgerekte stal met plek voor tien tot vijftig koeien. Gemeentelijke informatie die duidelijkheid zou kunnen bieden over de voormalige bebouwing, is nog niet voorhanden.Om de mogelijke resten van de oudste bebouwing in het plangebied nietongedocumenteerd verloren te laten gaan, zouden graafwerkzaamheden ter plaatse van de voormalige langgerekte bebouwing die dieper reiken dan veertig centimeter vooraf moeten worden gegaan door een proefsleuvenonderzoek.

2016-09/14

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-ztb-7we6
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-ztb-7we6
Provenance
Creator R. Exaltus
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor De Steekproef
Publication Year 2017
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact De Steekproef (De Steekproef bv)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 4050317; 7704; 7213; 898; 6967
Version 1.0
Discipline Humanities