Aanleiding tot de hier beschreven archeologische onderzoeken betreft het voornemen van gemeente Coevorden om een aantal woningen te bouwen in plangebied Molenakkers II, fase 1, te Dalen. Gezien de bodemverstorende ingrepen die hiermee gepaard gaan en de zeer hoge archeologische waarde van het plangebied (het plangebied maakt deel uit van AMK-terrein 15952), heeft gemeente Coevorden besloten archeologisch onderzoek op het plangebied te laten uitvoeren. In eerste instantie is een archeologisch proeflseuvenonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een opgraving. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd conform de Wet op de archeologische monumentenzorg. Gemeente Coevorden heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven de archeologische onderzoeken uit te voeren.Het onderzoeksgebied ligt direct ten westen en zuiden van de weg De Spil en grenst aan woonwijk Molenakkers. In het kader van de uitbreiding van woonwijk Molenakkers is in 2002 op het beoogde plangebied een archeologisch booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit laatste onderzoek zijn nederzettingsresten uit de late bronstijd en ijzertijd aangetroffen. Ook werd een deel van het - reeds bekende - urnenveld aangesneden. Het huidige onderzoeksgebied, plangebied Molenakkers II, fase 1, is in 2002 niet onderzocht, met uitzondering van het meest zuidelijke deel. Voor het plangebied is door Libau een archeologisch advies opgesteld.Tijdens het veldonderzoek zijn zes proefsleuven aangelegd. Bij het vervolgonderzoek, de opgraving, zijn op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek twee gebieden geselecteerd voor nader onderzoek.Op het gehele plangebied is onder de bouwvoor een esdek aanwezig, bestaande uit hoge zwarte enkeerdgronden van lemig fijn zand. Dit esdek is nog ongeveer 20 tot 30 cm dik en bestaat uit twee lagen. De bovenste laag kan beschouwd worden als een inspoellaag van de humeuze bouwvoor in de onderliggende es. Tussen het esdek en de top van het vaste zand, de C-horizont, zit een dunne meng- of bioturbatielaag. Aan de hand van in het esdek aangetroffen vondstmateriaal (aardewerk) kan het resterende esdek in de periode 12e tot en met eind 15e eeuw worden gedateerd.Afgezien van werkput 4 zijn in alle werkputten archeologische sporen en vondsten aangetroffen. Deze sporen betreffen nederzettingssporen en bestaan uit (paal)kuilen en een greppel. Uit de paalkuilen is een aantal structuren te reconstrueren, met name spiekers (tien stuks in totaal). Daarnaast is een mogelijk grotere structuur gevonden, te dateren in de vroege ijzertijd. Van de kuilen kunnen drie getypeerd worden als voorraadkuil of silo. Deze kuilen zijn in een later stadium opgevuld met afval.Het aangetroffen vondstmateriaal bestaat uit aardewerk, huttenleem, natuur- en vuursteen, houtskool, metaal en metaalslak, faunaresten en botanische macroresten. Het materiaal heeft grotendeels een prehistorische datering. Naast prehistorische vondsten is aardewerk en metaal aangetroffen dat een laatmiddeleeuwse datering heeft. Dit materiaal is afkomstig uit het esdek.De sporen en vondsten die tijdens het archeologisch onderzoek op plangebied Molenakkers II, fase 1 te Dalen zijn aangetroffen, geven aan dat het gebied in verschillende perioden door de mens is gebruikt. De sporen en structuren dateren – voor zover na te gaan aan de hand van typologie en vondstmateriaal – uit de ijzertijd, met name uit de vroege en midden-ijzertijd. Eén van de kuilen kan aan de hand van koolstofonderzoek (14C) gedateerd worden in de vroege middeleeuwen. Een oudste mogelijke bewonings- of gebruiksfase kan aan de hand van het aangetroffen vuursteen naar alle waarschijnlijkheid gedateerd worden in de periode neolithicum-bronstijd. Gezien de vondstlocatie van het vuursteen is er een globale indicatie dat in werkput 9 mogelijk vuursteenbewerking heeft plaatsgevonden.In de ijzertijd zal de bewoning op de Molenakkers waarschijnlijk hebben plaatsgevonden binnen een Celtic field-systeem.Uit de vroege ijzertijd (800-500 v.Chr.) is de mogelijk grotere structuur afkomstig, met daarnaast waarschijnlijk twee spiekers en twee voorraadkuilen die later dienst hebben gedaan als afvalkuil. Deze sporen en structuren bevinden zich alle aan de zuidkant van het huidige plangebied, in werkput 9. Mogelijk heeft hier een erf gelegen. Van de overige structuren kan een aantal spiekers in de midden tot late ijzertijd (500-250 v. Chr.) of in de late ijzertijd (250 v. Chr.- begin jaartelling) worden gedateerd. Deze spiekers liggen verspreid over het plangebied. De datering van de rest van de spiekers is niet duidelijk, maar op basis van de resultaten ligt een datering in de ijzertijd voor de hand.De resultaten van het huidige onderzoek dragen bij aan de kennis die uit eerder onderzoek in de nabije omgeving reeds voorhanden is over het archeologisch rijke gebied aan de westkant van Dalen.