In opdracht van de gemeente Haarlem heeft Sweco Nederland B.V. een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Gedempte Oostersingelgracht te Haarlem, gemeente Haarlem.
De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig en in hoeverre hebben de geplande ingrepen invloed op deze archeologische waarden?
De verzamelde archeologische en landschappelijke gegevens zijn gecombineerd om tot een archeologisch verwachtingsmodel te komen. Dit verwachtingsmodel is uitgesplitst naar twee hoofdperioden:
Midden Neolithicum tot en met de Romeinse Tijd:
Archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd zijn mogelijk aanwezig in de top van de strandwal, verwacht op circa 3 m -mv. Op diverse niveaus in het duinzand zijn ook archeologische waarden uit deze perioden mogelijk. Een donkere 'leeflaag' in het duinzand kan aangeven dat er een bewoningsniveau aanwezig is. Het zand is mogelijk afgedekt door een
pakket veen en klei. Archeologische nederzettingen uit deze periode kunnen een omvang hebben van 200-2500 m². Hier kan aardewerk, dierlijk bot, bewerkt natuursteen en, vanaf de metaaltijden, metaal worden aangetroffen. Ook sporen zoals verkavelings- en erfgreppels, paalgaten, waterputten en afvalkuilen zijn mogelijk. Deze resten zullen niet worden verstoord door de ingeplande werkzaamheden.
Middeleeuwen en Nieuwe Tijd:
In de top van het veen of een ophogingspakket bovenop het veen en in de top van een eventuele strandvlakte, of indien afwezig vanaf het maaiveld of onder een recent kleidek, zijn archeologische resten mogelijk uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Resten uit de Middeleeuwen betreffen waarschijnlijk veenontginningsresten zoals ontwateringsgreppels, sloten, en losse vondsten. Vanaf (minimaal) de 14e eeuw worden ook bouwresten uit boerderijen met paalgaten, funderingen, waterputten, greppels en afvalkuilen verwacht. Materiaal kan bestaan uit periode-specifiek keramiek (steengoed/porselein en aardewerk), bouwmateriaal (bakstenen, dakpannen), glas en natuursteen. De omvang van deze resten kan
tussen de 1000 en de 2000 m² zijn.
Vanaf de 14e eeuw worden ook specifieke stadsverdediging bouwresten verwacht:
• Restanten van een bastion kunnen zich in het centrale deel van de Gedempte
Oostersingelgracht, ten noorden van de Papentorenvest, bevinden.
• Stadsmuurresten aan de westelijke zijde van het plangebied aan de Gedempte
Oostersingelgracht, ten zuiden van de Papentorenvest en ten noorden van de Amsterdamse Poort.
• Stadsmuurresten in het meest zuidwestelijke deel van het plangebied aan de Gedempte Herensingel.
• Resten van een bestaande stadspoort de Spaarnwouderpoort/Amsterdamse Poort.
Daarnaast kunnen resten worden aangetroffen van de aanlegsteigers, beschoeiingen, gebouwen behorende tot de Amsterdamsetrekvaart, bruggen (nabij de Papentoren en de Amsterdamse poort en bij de Amsterdamsevaart), bebouwing uit de Nieuwe tijd direct tegen de stadsmuur aan of het huis van Pieter van Rijn. Deze bouwresten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen worden verstoord door de ingeplande werkzaamheden.
Advies
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland om in de delen van het plangebied, waar een waarde-archeologie/categorie 1b en 2a geldt, een booronderzoek en een opgraving variant archeologische begeleiding uit te voeren bij de volgende graafwerkzaamheden:
• Ontgraven grond ten behoeve van groeiplaatsvergroting van bestaande en nieuwe bomen, ontgravingsdiepte ca. 0,80 m -mv.
• Ontgraven grond wadi in de Groene Singel, ontgravingsdiepte ca. 0,50m -mv.
• Ontgraven grond ten behoeve van het plaatsen van kolken met kolkafvoerleidingen, ontgravingsdiepte ca. 0,90 m -mv.
Het vervolgonderzoek zal in twee fasen uitgevoerd worden:
• Booronderzoek op de locaties waar de hierboven genoemde werkzaamheden plaatsvinden ter hoogte van de stadsmuur en aanverwante structuren. Dit heeft als doel te onderzoeken of in de ondergrond resten van de stadsmuur en aanverwante structuren aanwezig zijn die de geplande ingrepen kunnen belemmeren en waardoor planaanpassing nodig kan zijn, bijvoorbeeld bij het planten van bomen.
• Opgraving-variant archeologische begeleiding van de hierboven genoemde
werkzaamheden. De exacte onderzoeksstrategie voor de archeologische werkzaamheden moet worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE).
Algemeen
Met betrekking tot de onderzoeksresultaten en het advies dient contact te worden opgenomen met Vakgroep Archeologie (adviesarcheologie@haarlem.nl).