In opdracht van ZLTO heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Buitendijk 17 in Nieuwendijk (gemeente Werkendam). In het plangebied zal een melkveestal aansluitend aan de zuidoostzijde van de bestaande ligboxenstal worden gebouwd. Tevens zal een aantal sloten worden verbreed. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een wijziging in het bestemmingsplan en een aanvraag van een bouwvergunning en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Het zuidelijke deel van plangebied is volgens Berendsen en Stouthamer gelegen op de Biesheuvel- Hamer stroomgordel. Op of in de top van de oeverafzettingen van deze stroomgordel, naar verwachting tussen 1,5 en 3 m beneden het maaiveld, kunnen archeologische resten voorkomen uit de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen. Ten zuiden van het plangebied is volgens Berendsen en Stouthamer de Werken stroomgordel aanwezig in de ondergrond. Op of in de top van de oeverafzettingen van deze stroomgordel, naar verwachting tussen 0,5 en 1,5 cm beneden het maaiveld, kunnen archeologische resten voorkomen uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. De resten manifesteren zich naar verwachting als een archeologische laag, bestaande uit een vermenging van onder meer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat. De meeste typen archeologische resten (bot, houtskool, aardewerk, metaal) zullen door de natte en zuurstofloze condities goed zijn geconserveerd. Als gevolg van hevige overstromingen tijdens en direct na de St. Elisabethsvloed (1421) kunnen de top van de oever- en beddingafzettingen van de Biesheuvel-Hamer en de Werken stroomgordel zijn verspoeld en bedekt zijn geraakt door zoete-getijdenafzettingen. Uit een eerder uitgevoerd sonderingsonderzoek in het zuidwesten van het plangebied blijkt dat hier tot een diepte van ca. 7 m -mv geen oever- of beddingafzettingen aanwezig zijn. Bovendien is uit een analyse van oude kaarten, luchtfoto's en het AHN vast komen te staan dat ter plaatse van een groot deel van de toekomstige bebouwing een boezemvliet aanwezig was, hierdoor zal de top van de oeverafzettingen (indien eerder aanwezig) niet intact zijn. Derhalve wordt de kans op (intacte) oeverafzettingen in het plangebied klein geacht. Aan en direct onder het maaiveld kunnen archeologische resten voorkomen uit de Nieuwe Tijd. De Buitendijk is aangelegd in de 17e eeuw. Aangezien de geraadpleegde oude kaarten tot 1830-1850 geen sprake is van bebouwing ter plaatse van het plangebied wordt de kans op oudere resten klein geacht. Hier zullen geen graafwerkzaamheden plaatsvinden. Ter plaatse van de te verbreden kavelsloten worden geen archeologische resten verwacht. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn.Daarom adviseert ADC ArcheoProjecten om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
Een Bureauonderzoek