Laagland Archeologie heeft in januari 2024 een Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Zevenheuvelenweg 53 te Berg en Dal. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een loods.Een deel van het erf is in 2023 onderzocht door middel van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. De conclusie van het onderzoek was dat het gebied vanwege een verstoorde bodemopbouw vrijgegeven diende te worden. Dit is door de gemeente Berg en Dal omgezet in een selectiebesluit. De nu geplande loods ligt net buiten het onderzoeksgebied. Daarom is een tweede verkennend booronderzoek uitgevoerd op het terrein. Voor de gespecificeerde verwachting is gebruik gemaakt van het in 2023 opgestelde bureauonderzoek.Het onderzoek is uitgevoerd conform het protocol SIKB KNA 4003.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied een dunne laag dekzand op löss aanwezig is. In de top van het dekzand zal een podzolbodem zijn gevormd, maar deze is door recente vergravingen niet meer aanwezig. Ook de top van de C-horizont van het dekzand lijkt opgenomen te zijn in de humeuze bovengrond. In het plangebied is dus sprake van een verstoord bodemprofiel. Dit komt overeen met de resultaten van het in 2023 in het oosten van het plangebied uitgevoerde verkennende booronderzoek. In het noordwesten van het plangebied is een relatief diepe bodemverstoring aangetroffen, waarschijnlijk is hier sprake van een slootvulling. Door de ligging in een boerenerf en de recente sloop van bijgebouwen is de bodem tot in de C-horizont verstoord geraakt. In het gebied wordt geen intact potentieel archeologisch niveau verwacht.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Berg en Dal. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, regioarcheoloog Esther Mietes.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).?