De werkzaamheden die begeleid werden, vonden plaats in de top van de C-horizont (50 cm -mv, 15,5 m NAP).Hierdoor kon een leesbaar vlak aangelegd worden in de top van de C-horizont/onderkant Bw-horizont. Tijdens de opgraving – variant archeologische begeleiding is één spoor gedocumenteerd. Dit betreft waarschijnlijk een deel van het plaggendek dat iets dieper in de C-horizont is gegraven. Tijdens het onderzoek zijn geen vondsten aangetroffen.De bodemopbouw in de groenstroken was redelijk intact (geen grootschalige verstoringen) en bestond uit een bouwvoor op een plaggendek op C-horizont/Bw-horizont. Onder de weg bestond de bodemopbouw uit cunet- zand op C-horizont. Overal in het onderzoeksgebied was matig tot sterk zandig leem aanwezig, in zowel de bouwvoor, plaggendek als C-horizont. Hierdoor is de C-horizont geïnterpreteerd als sneeuwsmeltwaterafzettin- gen.Het ontbreken van archeologische waarden tijdens de opgraving, variant archeologische begeleiding leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Het selectieadvies is daarom om het omliggende gebied vrij te geven.