Op grond van de resultaten van het aanvullend veldonderzoek is de hoge verwachting op het
aantreffen van intacte archeologische waarden in het grootste deel van het plangebied te handhaven.
Deze verwachting is op kaart weergegeven in bijlage 2.
• De hoge archeologische verwachting in ontwikkelzones 7 en 8 blijft behouden door het
aantreffen van intacte archeologische niveaus. Deze verwachting is gebaseerd op het aantreffen
van een oude akker- of cultuurlaag in de top van de dekzandafzettingen, aan te merken als een
intact archeologisch relevant niveau voor de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen. In dit
niveau kunnen archeologische sporen samenhangend met nederzettingen, sporen van
landgebruik en onderdelen van het ritueel en funerair landschap worden aangetroffen. In
ontwikkelzone 7 is bovendien een intacte E- en B-horizont aangetroffen, wat een hoge
verwachting heeft op het aantreffen van intacte vondstconcentraties uit de periode LaatPaleolithicum – Neolithicum.
• De bodemopbouw binnen ontwikkelzone 4 wordt bevestigd door de profielput: de cultuur- of
akkerlaag wordt afgedekt door een humeus plaggendek, samenhangend met de ontginning van
het gebied vanaf de Late Middeleeuwen. Onder de akkerlaag bevindt zich bovendien het oude
maaiveldniveau in de top van het dekzand. Dit betekent dat in deze oorspronkelijke
bodemopbouw archeologische waarden kunnen worden aangetroffen uit de periode LaatPaleolithicum – Neolithicum, die vooral zullen bestaan uit verspreidingen van vondstmateriaal. Uit
het Neolithicum kunnen theoretisch ook sporen worden aangetroffen.
• De bodemopbouw ter hoogte van ontwikkelzones 1 en 2 is verstoord tot in de D-horizont. De
verstoringen door de aanwezigheid van het hakhoutperceel dringen door tot dieper in de Chorizont waardoor ook diepere sporen vernietigd zullen zijn. Deze zones hebben dus een lage
verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden.