De opdrachtgever heeft het voornemen om binnen het plangebied, gelegen aan de Koudekerkseweg 135 te Middelburg, twee nieuwbouwvilla’s met appartementen te realiseren en dat vervolgens geïntegreerd zal worden in het aangrenzende park Toorenvliedt. De kassen van het voormalige tuincentrum zullen daartoe worden gesloopt. Het plangebied beslaat een oppervlakte van 3.615 vierkante meter en omvat een perceel dat kadastraal bekend staat onder Gemeente Middelburg, Sectie S, Perceel 4102.In het kader van de benodigde bestemmingsplanwijziging werd in 2022 een Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Uit het vooronderzoek is gebleken dat er een verwachting geldt voor het vinden van archeologische resten uit de Middeleeuwen en Vroege Nieuwe Tijd in de bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren en de Romeinse Tijd in de top van het Hollandveen. Recentelijk is een nieuw bestemmingsplan opgesteld, waarin de dubbelbestemming waarde archeologie 3 uit het vorige plan is overgenomen. Binnen het gebied geldt aldus een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 500 m2 en dieper reiken dan 0,40 meter beneden maaiveld. Op basis van het vooronderzoek en omdat de vrijstellingsgrenzen met de nieuwe inrichtingsplannen van het terrein zullen worden overschreden, heeft de bevoegde overheid besloten dat nader onderzoek in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk was.De verwachting voor beide niveaus kan worden ingelost. In totaal zijn er 3 proefsleuven gegraven waarin meerdere archeologische sporen zijn vastgesteld. De bodemopbouw bestaat in grote lijnen uit een bouwvoor met daaronder een oudere bouwvoor, een cultuurlaag, natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, Hollandveen en afzettingen van het Laagpakket van Wormer. Het bovenste sporenniveau werd zichtbaar in de bovenzijde van de geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Deze bestaan uit sloten, kuilen en paalsporen. Een deel hiervan gaat mogelijk al terug tot de Late Middeleeuwen. De twee sloten kunnen wellicht zijn ontstaan uit laatmiddeleeuwse moerneringssleuven die tot diep in het veen reiken, maar het rietveen daarbij niet volledig hebben weggegraven. Samen vormen ze een vindplaats van laatmiddeleeuwse – nieuwetijdse landinrichtingssporen. Vervolgens is er aan de westzijde van het zuidelijke onderzoeksgebied een concentratie van Romeins aardewerk gevonden, bestaande uit fragmenten van twee terra sigillata borden en een terra nigra beker. Echter konden rondom zowel in de top, als ook dieper in het veen, geen sporen of structuren uit de Romeinse Tijd worden vastgesteld. De vondsten zijn wel in situ aangetroffen in het veraarde veen dat niet is geërodeerd door latere overstromingen. Dit geeft aan dat er in de buurt wel een vindplaats uit deze periode kan worden verwacht.