Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (12304.002) Hoek Dorpsstraat en Vijverlaan te Scherpenzeel

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoekOp basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd. De verwachting voor de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd is hoog (zie tabel V). Het plangebied ligt namelijk grotendeels op de dekzandruggen en -koppen waarop de laatmiddeleeuwse dorpskern van Scherpenzeel is ontstaan. Het uiterst noordelijke deel valt binnen een gebied van dekzandwelvingen. De ruggen en koppen omvatten de hoger gelegen delen in het dekzandlandschap. De dekzandwelvingen vormen de overgangsgebieden tussen de hoger gelegen dekzandruggen en -koppen en lager gelegen dekzandvlakten en -laagten. Het gaat meestal om relatief uitgestrekte en homogene, zwak golvende gebieden, opgebouwd uit Jong Dekzand. Vanwege hun gevarieerde ligging en goede bewoonbaarheid zijn vooral de hogere dekzandruggen en -koppen, maar ook de lagere dekzandwelvingen reeds vanaf het Laat-Paleolithicum als woonplaats, begraafplaats en/of akkerland gekozen. De meeste voorkeur zal zijn uitgegaan naar de hoger gelegen dekzandkoppen of -ruggen. Dekzandwelvingen betreffen relatief laaggelegen en vochtige gebieden waarin de kans op de aanwezigheid van archeologische resten dan ook geringer is dan op de hogere gronden. Binnen de eenheid van de dekzandwelvingen is de kans op de aanwezigheid van archeologische resten het grootst op de hoogste delen en langs de randen van hoge dekzandruggen. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen en resten van menselijke activiteit zijn waargenomen uit de perioden Late-Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd, waarbij verschillende vondsten zijn aangetroffen gerelateerd aan de dorpskern van Scherpenzeel waarvan de oorsprong teruggaat tot in de Late-Middeleeuwen. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het noordelijke deel van het plangebied al vanaf begin 19e eeuw bebouwd is geweest met meerdere woningen langs de voorganger van de huidige Dorpsstraat. Het zuidelijke deel betrof de tuinen behorend tot de woonpercelen. Deze tuinen zijn door de eeuwen heen ook bebouwd geraakt met woningen, bijgebouwen en het huidige pand van de Aldi supermarkt. Resultaten inventariserend veldonderzoekIn het grootste deel van het plangebied is de natuurlijke bodemopbouw niet meer intact. De verstoringen reiken tot aan de oorspronkelijke top van de C-horizont en plaatselijk dieper. Ze bestaan uit recent geroerde lagen met daaronder een oude cultuurlaag/oude woongrond. Indien er voorheen sprake was van een laarpodzolgrond (podzolgrond met hierop een matig dik plaggendek), wat verwacht op basis van het bureauonderzoek (zie § 2.5), dan is deze volledig vergraven tot minimaal de oorspronkelijke top van de C-horizont dan wel dieper. Dat het natuurlijke bodemprofiel grotendeels verstoord is, betekent niet dat er geen archeologische resten meer kunnen worden aangetroffen binnen het plangebied. De oude cultuurlaag/oude woongrond, die binnen vrijwel het gehele plangebied aanwezig is, betreft weliswaar een verstoring van het natuurlijke bodemprofiel, toch blijft deze vanwege zijn ouderdom relevant voor de archeologie. Deze laag bevindt zich tot minimaal 100 cm -mv en maximaal 220 -mv en zou in feite dus ook nog aangetroffen kunnen worden onder de fundering (95 cm – mv) van het bestaande winkelpand. Verder zou op basis van het opgeboorde restant van het natuurlijke podzolprofiel in boring 1 kunnen worden gesteld dat het archeologische sporenniveau zich rond 155 cm -mv bevindt, in de top van de C-horizont. Waar deze top vergraven is zijn dieper doorlopende sporen mogelijk nog zichtbaar. Dit geldt onder andere voor de aangetroffen (percelings)greppel / archeologisch spoor met een minimale diepte van 195 cm – mv.Antropogeen vondstmateriaal is aangetroffen in alle boringen met uitzondering van boring 8. Het vondstmateriaal is gevonden in verschillende lagen waaronder in recent geroerde lagen, in wat vermoedelijk een oude cultuurlaag/oude woongrond is, in een mogelijke uitbraaksleuf en in wat lijkt op een (percelings)greppel/archeologisch spoor. In bijna alle boringen zijn fragmenten aangetroffen van gebruiksaardewerk. Het gaat daarbij voornamelijk om fragmenten roodbakkend aardewerk. Van dit roodbakkende aardewerk is een deel afkomstig uit de pottenbakkersregio Nederrijn (1650-1800 n. Chr.) en is versierd met de kenmerkende slibdecoratie. Het overige roodbakkende aardewerk, het witbakkende aardewerk, het faience, de kleipijp en het industrieel witte aardewerk is zeer waarschijnlijk afkomstig uit Nederland en dateert vooral in de 18e tot 19e eeuw. Ook is een wand-fragment van een grote steengoed pot gevonden afkomstig uit Langerwehe te dateren in de 19e tot 20e eeuw. Naast het aardewerk zijn in de boringen ook fragmenten aangetroffen van handgevormde bakstenen (1600-1850 n. Chr.). Verder is er nog één fragment kalkmortel aangetroffen. De resten worden als archeologisch relevant beschouwd en kunnen duiden op de aanwezigheid van één of meerdere archeologische vindplaatsen uit verschillende archeologische perioden binnen dan wel in de direct nabijheid van het plangebied. ConclusieGeconcludeerd wordt dat het plangebied, ondanks de verstoringen, zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten voor de periode Nieuwe tijd behoudt. Voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Middeleeuwen kan de verwachting naar laag worden bijgesteld. AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Er is namelijk sprake een mogelijke oude cultuurlaag/oude woongrond binnen het plangebied met daaronder wellicht een nog deels intact archeologisch sporenniveau, waardoor het zijn hoge verwachting behoudt op de aanwezigheid van archeologische resten en/of sporen uit de Nieuwe tijd. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek nadat het plangebied vrij is gemaakt van de bestaande begroeiing (struiken) en bebouwing (winkelpand). Vooralsnog wordt uitgegaan van één archeologisch sporenniveau. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

Date Accepted: 15-11-2021

Date Accepted: 2021-11-15

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zn6-ea33
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zn6-ea33
Provenance
Creator EMILE ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; EMILE ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 11571; 12633962; 11729; 1122; 4386
Version 1.0
Discipline Humanities