Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende en karterende fase: Uitbreiding Fruity Line Fase 2 te Ochten. Gemeente Neder-Betuwe.

DOI

Op basis van de landschappelijke ligging direct langs de stroomgordel van Westerveld en de mogelijke aanwezigheid van een crevasse is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Midden-Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met het Vroeg-Neolithicum is een lage verwachting toegekend vanwege de ligging in de pleistocene riviervlakte op een diepte van 4 – 5 m beneden maaiveld. In de Middeleeuwen lag het plangebied in een laaggelegen komgebied dat na de bedijking van de Waal in de Late Middeleeuwen in cultuur werd gebracht en als landbouwgrond in gebruik werd genomen. Er zijn geen aanwijzingen dat hier in de Middeleeuwen bewoning heeft plaatsgevonden. De bewoning uit deze periode zal zuidelijker hebben gelegen ter plaatse van het huidige dorp Ochten langs de Waal. Op kaartmateriaal uit de 19e en 20e eeuw zijn geen bijzonderheden te zien. Op basis hiervan is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase. Tijdens het booronderzoek zijn geen oever- en/of crevasseafzettingen van de stroomgordel van Westerveld en Echteld aangetroffen (fase 2 t/m 4). In boring 1 is nog wel een crevasseafzetting aangeboord die op basis van de grote diepteligging tot de fase van stroomgordel van Veedijk kan worden gerekend en daarmee in het Midden-Neolithicum is geplaatst (fase 1). In de top van deze crevasseafzetting is geen vegetatiehorizont en/of archeologische indicatoren waargenomen. De kans dan hier een vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. De ondergrond van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit sterk tot zwak siltige kleiafzettingen die op grotere diepte humeus zijn ontwikkeld. Dit betekent dat het plangebied altijd onderdeel is geweest van een komgebied. Op basis van deze landschappelijke ligging is de archeologische verwachting voor het plangebied op laag gesteld.Op grond van de aangetroffen bodemopbouw in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.

Date: maar 2017 (uitvoering onderzoek)

Issued: 2017-07-04

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zeu-sshv
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zeu-sshv
Provenance
Creator S.M. Koeman
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor S.M. Koeman; KSP Archeologie
Publication Year 2017
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact S.M. Koeman (KSP Archeologie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 6854853; 6262; 6108; 970; 4585
Version 1.0
Discipline Humanities