In juli 2011 heeft MUG Ingenieursbureau een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan Rijksweg 20B te Drempt, gemeente Bronckhorst (GE). Aanleiding tot het onderzoek is de toekomstige herinrichting van de onderzoekslocatie. Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek en een quickscan is door gemeente Bronckhorst voor twee deellocaties (deellocaties 2 en 3) een vervolgonderzoek verplicht gesteld, bestaande uit een booronderzoek – verkennende fase. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 23 juni 2011.Op basis van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie op een lage terrasrestrug van de Oude IJssel ligt. Het betreft een relatief hooggelegen locatie in het landschap, die gespaard is gebleven voor erosie door insnijdende rivieren. In de nabije omgeving liggen echter nog hogere terrasrestruggen. De hoogstgelegen locaties vormden waarschijnlijk de focus van de nederzettingen. Op de lagere terrasresten in het plangebied worden daarom geen nederzettingen verwacht. Wel worden hier vondstcomplexen verwacht die zeer specifiek zijn voor laaggelegen locaties, zoals rituele deposities, voorden, bruggen, watermolens en afvaldumps. De onderzoekslocatie kent dan ook een hoge trefkans op deze specifieke vondstcomplexen uit de periode mesolithicum tot en met de nieuwe tijd.Uit de conclusies van het inventariserend veldonderzoek blijkt dat de verwachting in het plangebied kan worden bijgesteld naar laag. Het bodemprofiel is indicatief voor een verlande geul, die waarschijnlijk lange tijd ontoegankelijk was voor menselijke activiteiten. Tijdens het veldonderzoek is in boring 12 houtskool aangetroffen. Het betreft de meest westelijk gelegen boring. De extra boring, boring 13, die 10 m ten oosten van boring 12 ligt, bevatte geen archeologische indicatoren. Ook in de overige boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het houtskool is mogelijk indicatief voor een vindplaats ter hoogte van boring 12. Daarom wordt aanbevolen de oostelijke grens van het plangebied circa 10 m naar het oosten te verleggen, zodat deze vindplaats niet wordt verstoord. Indien bovenstaande planaanpassing in acht wordt genomen, dan wordt hier geen vervolgonderzoek aanbevolen.