In opdracht van de gemeente Leeuwarden heeft Antea Group een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Unio-Boomgaard terrein te Leeuwarden.Binnen het plangebied zijn eerder al archeologische onderzoeken uitgevoerd in verband met de aanleg van een nieuwe woonwijk. Uit deze onderzoeken is gebleken dat binnen het plangebied sprake is van de aanwezigheid van archeologische resten, maar is er onvoldoende aangetoond of er sprake is van een al dan niet behoudenswaardige vindplaats.Om vast te stellen in hoeverre de vindplaats dus behoudenswaardig is heeft door de gemeente aangegeven dat er een aanvullend proefsleuvenonderzoek nodig is. Indien er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats dient te worden overgegaan van het protocol proefsleuven ophet protocol opgraving.Voor het onderzoek is een Programma van Eisen opgesteld met hierin de onderzoeksopzet en de vraagstellingen ten aanzien van de archeologische bevindingen.1 Vervolgens is in februari 2024 is één proefsleuf gegraven binnen het onderzoeksgebied van 4 x 10 meter tot een diepte van plaatselijk circa 1,8 meter -mv. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat de onderzoekslocatie is gelegen op de rand van een oude meander van het Oude Diep. Onder een recent opgebrachte ophogingslaag ligt een pakket van circa één meter homogeen sterk zandige klei waarin zich in de bovenste 0,4 meter een sterk humeuze bouwvoor heeft ontwikkeld. De laag helt af naar het noorden en is gezien de vondsten van afgeronde scherven middeleeuwse keramiek uit de periode 1000-1200 en sterk gefragmenteerd dierlijk bot een middeleeuws overstromingspakket. In en onder deze laag zijn off-site resten van een middeleeuwse nederzetting aangetroffen bestaande uit deels gedempte natuurlijke geul(en) en greppels. In het onderzoek is geconcludeerd dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied een vindplaats aanwezig is in de vorm van een overstromingspakket met de verspoelde resten van een middeleeuwse nederzetting. De vindplaats is als niet behoudenswaardig beschouwd. Aanbevolen wordt daarom de locatie vrij te geven voor de voorgenomen bestemming. Redenen hiervoor zijn dat gezien de alle onderzoeksinspanningen de nederzetting zelf niet isaangetroffen, alleen de verspoelde resten en off-site sporen als sloten/greppels. Geconcludeerdis dat de nederzetting zich waarschijnlijk buiten het onderzoeksgebied bevindt. Daarnaast is het onderzoeksgebied door recent gegraven sloten en een geluidswal niet meer direct toegankelijk.