Laagland Archeologie heeft in mei ? juni 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Sportlaan 5 te Grijpskerk. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van een nieuw schoolgebouw met bijbehorende voorzieningen.Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied raakte tussen circa 3850 en 2750 voor Chr. bedekt met veen. Dekzand ligt ter plaatse op ongeveer 380 cm -mv en mogelijk ligt het dekzand hier iets dieper dan in de directe omgeving. Tussen 100 ? 800 na Chr. raakte het gebied bedekt met klei. De top van het onderliggende veen is waarschijnlijk verspoeld (vermengd met klei). Geomorfologisch ligt het terrein waarschijnlijk op een vlakte van getijafzettingen, grenzend aan een oeverwal. Bodemkundig zijn knippige poldervaaggronden te verwachten. Ongeveer 100 m noordelijk van het plangebied lag een dijk die tussen 1100 ? 1200 is opgeworpen. In de omgeving zijn een aantal wierden gelegen. Voor zover bekend heeft er in of in de directe omgeving van het plangebied nooit een wierde gelegen. In de omgeving zijn diverse resten bekend, met name uit de midden-Romeinse Tijd, een en ander samenhangend met de wierden. In historische tijden (in ieder geval vanaf 1832) is het plangebied aldoor onbebouwd gebleven. Rond 1832 liepen enkele verkavelingsslootjes door het terrein. Sinds ongeveer 1980 is het plangebied ingericht als sportveld. Als zodanig zijn in het plangebied drainagebuizen te verwachten. Vermoedelijk is ook grondverbetering toegepast. Vermoedelijk is daarmee sprake van bodemverstoring.In het plangebied resten zijn resten van vlaknederzettingen (IJzertijd/Romeinse Tijd) en/of latere wierden (vanaf de Romeinse tijd) of huiswierden (Late Middeleeuwen, tot aan de 11e/ 12e -eeuwse bedijking) te verwachten. In de top van het dekzand (circa 380 cm -mv) kunnen mogelijk resten uit de steentijd aanwezig zijn (voor aanvang van de veengroei). De verwachting is echter laag: enerzijds omdat de dekzandtop hier relatief laag ligt en anderzijds omdat bij boringen in de omgeving geen podzolvorming is aangetroffen. Die afwezigheid wijst op natte omstandigheden, wat het terrein waarschijnijk weinig aantrekkelijk maakte voor bewoning.Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4003. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.De bovenste circa 50 cm van het bodemprofiel bestaat uit opgebracht zand. Daaronder ligt een dik kleipakket dat onder zeer dynamische omstandigheden is gevormd. De top daarvan is meestal verstoord. Vermoedelijk liep door het noordelijke plangebied een kreek die een deel van het onderliggende veenpakket heeft geërodeerd. Er zijn geen lagen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een vlaknederzetting of een wierde. De verwachting voor resten uit de periode IJzertijd ? Late Middeleeuwen kan daarom worden bijgesteld naar ?laag?. De lage verwachting voor de overige archeologische perioden kan blijven gehandhaafd.We adviseren hier geen nader archeologisch onderzoek. Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Westerkwartier. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Libau.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).?