In opdracht van Werkorganisatie Druten-Wijchen (gemeente Druten-Wijchen) heeft BAAC een opgraving-variant Archeologische begeleiding (AB) uitgevoerd op 24 en 27 september 2019 en van 19 oktober tot en met 25 november 2020 in plangebied Kasteel Wijchen te Wijchen. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van een bezoekerscentrum in het keldercomplex van Kasteel Wijchen waarbij een gerede kans bestond dat archeologische waarden vernietigd zouden worden.Voorafgaande aan het archeologisch onderzoek is in 2019 een bureauonderzoek door BAAC en een bouwhistorische verkenning door Monumenten Advies Bureau Nijmegen uitgevoerd. De verkenning werd gevolgd door bouwhistorisch veldwerk en archiefonderzoek. Het bouwhistorisch onderzoek leidde tot een gedetailleerde beschrijving van de gehele bouw- en ontwikkelingsgeschiedenis en een waardenstelling.Het plangebied wordt gevormd door het omgrachte kasteel van Wijchen aan de Kasteellaan 9. Het daadwerkelijke archeologische onderzoek heeft plaatsgevonden in het souterrain. Gedurende dit onderzoek zijn de uitvoerende archeologen van BAAC bijgestaan door bouwhistorici Frank Haans en Daan Schaars van Monumenten Advies Bureau Nijmegen.Verwacht werd dat binnen het omgrachte terrein zich in ieder geval al vanaf het midden van de 14e eeuw een kasteel bevond, mogelijk was al vanaf de 11e eeuw een versterkte woontoren aanwezig op deze locatie. Bij het bouwhistorisch onderzoek door Monumenten Advies Bureau in 2019 uitgevoerd naar de gevels, bleek dat vanaf het niveau van de kelders tot aan de eerste verdieping 15e-eeuws muurwerk aanwezig is.Bij het archeologisch onderzoek in 2019 en 2020 is muurwerk in de vorm van funderingen, poeren en een waterput aangetroffen, evenals vloeren en een ophoogpakket. De funderingen dateren op zijn vroegst uit de 14e en op zijn laatst uit de 17e eeuw. De vloeren en de waterput dateren uit de 17e eeuw. Twee poeren dateren op zijn vroegst uit de 16e eeuw, en op zijn laatst uit de 18e eeuw.Alle sporen zijn toe te schrijven aan verschillende fasen van het kasteel. De oudst aangetroffen fundering hoort vermoedelijk bij een woontoren, die is uitgebreid met een zaalbouw waarvan drie funderingen zijn aangetroffen. Beide structuren dateren vermoedelijk uit de veertiende eeuw. In de 15e eeuw wordt het kasteel uitgebreid en verdwijnt de zaalbouw. De woontoren blijft in ieder geval deels intact. Ook uit de 16e eeuw zijn resten aangetroffen, in deze periode is in ieder geval een deel van de kelders ingericht. De overige onderzochte resten in de kelders dateren uit latere perioden, met name de 17e eeuw, toen het kasteel zijn verdedigingsfunctie al lang verloren had en het gebouw dienst deed als landhuis. De waterput en een goot, evenals de aangetroffen vloer rond de waterput zijn toe te schrijven aan het gebruik van een van de kelders als spoelkeuken, gelegen naast de 17e-eeuwse keuken in het oudste deel van het complex waar de woontoren moet hebben gestaan.In de meeste onderzochte ruimten is het ophoogpakket S1001 aanwezig, bestaande uit een grijze klei met baksteenbrokken. Uit twee boringen blijkt dat dit pakket circa 20 cm dik is. Het pakket bevatte geen dateerbare vondsten, maar gezien het feit dat het de oudste funderingen afdekte, lijkt het te zijn ontstaan bij de uitbreiding van het kasteel in de 15e eeuw.De natuurlijke ondergrond bestaande uit rivierafzettingen, bevindt zich rond 6 m +NAP.Het weinige vondstmateriaal dateert uit de 17e/18e eeuw en correspondeert met de bewoning in die periode, toen de noordoostelijke kelder in gebruik was als keuken en de naastgelegen kelder in gebruik was als natte ruimte/spoelkeuken.Bij een verbouwing in 1995 in het zuidwestelijke deel van het souterrain, zijn enkele houten palen geborgen, waarvan nu twee bij dit onderzoek met behulp van 14C onderzoek uit de late 13e/ begin14e eeuw blijken te stammen.Bij het archeologisch en bouwhistorisch onderzoek is duidelijk geworden dat er inderdaad sporen van oudere bouwfasen aanwezig zijn, namelijk uit de 14e en 15e eeuw. Van een houten toren, die in een latere fase is versteend tot een zware zaaltoren is echter niets aangetroffen. De oudste fase die nu is gevonden lijkt op zijn vroegst in de 14e eeuw te dateren en begint met de bouw van een woontoren in de noordoost hoek, ter plaatse van de voormalige 17e-eeuwse keuken. De toren wordt uitgebreid met een zaaltoren ten noordwesten hiervan. Het is zelfs niet uitgesloten dat beide torens uit dezelfde bouwtijd stammen en dus tot één bouwfase, dan wel twee kort op elkaar volgende fasen behoren. Vermoedelijk in de late 14e eeuw wordt een ringmuur toegevoegd, die later in de 15e eeuw aanpassingen heeft ondergaan. Van spaarbogen zijn geen sporen aangetroffen.De datering voor de toevoeging van de toren aan de zuidoostzijde van het complex, mogelijk dienstdoende als poorttoren, lijkt te vallen in de vroege 15e eeuw. Dit zou het vroegste moment kunnen zijn voor de wijziging in oriëntatie van de entree. Het onderzoek naar de eerder geborgen houten palen geeft geen inzicht in de aard van de eerder gevonden palenconstructie. Mogelijk betreft het een beschoeiing, mogelijk gaat het om funderingspalen van een bakstenen constructie.Het 14C onderzoek toont aan dat de palen uit de periode 13e tot en met 14e eeuw, en het exemplaar met de paalschoen uit de periode late 15e tot en met eerste helft 17e eeuw dateren. De dateringen ondersteunen de historische gegevens dat er geen aanwijzingen zijn voor een stichting van het kasteel vóór de late 13e eeuw. Voor een veronderstelde houten toren ontbreken concrete aanwijzingen.De late datering van een van de palen kan duiden op een herstelling, en vormt een aanwijzing dat de verandering van oriëntatie mogelijk in 16e eeuw zou kunnen hebben plaatsgevonden wanneer het kasteel in eigendom is van Herman van Bronckhorst–Batenburg.De resultaten van het archeologische en bouwhistorisch onderzoek laten zien dat conform de verwachting in de 14e eeuw een kasteel op de locatie aanwezig is. Er zijn echter geen aanwijzingen dat al vanaf de 11e eeuw een versterkte woontoren aanwezig is op deze locatie. Vastgesteld kon worden dat de archeologische waarden uit met name de late middeleeuwen B-nieuwe tijd nog grotendeels aanwezig zijn, met name in de vorm van funderingen en vloeren. Er zijn bij het onderzoek geen oudere resten aangetroffen.