Archeologie en cultuurhistorie in het kader van het Oeverproject Flevoland Archeologisch bureauonderzoek en cultuurhistorische inventarisatie

DOI

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van Witteveen+Bos een archeologisch bureauonderzoek en een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd voor 12 deelgebieden in de provincie Flevoland (afbeelding 1; kaart 1). De Provincie Flevoland is bezig met de voorbereiding van het oeverproject provincie Flevoland. Het betreft 13 deelgebieden waar de damwanden in de huidige oever zullen worden hersteld of vervangen (tabel 1 en tabel 2).Doel van het archeologisch bureauonderzoek was vast te stellen of er in het deelgebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor elk deelgebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is per deelgebied een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek.Voor alle onderzochte deelgebieden geldt dat op basis van de diepte en het oppervlak van de voorgenomen bodemroerende ingrepen en de vigerende bestemmingsplannen, de werkzaamheden aan de damwanden vergunningplichtig zijn vanuit de archeologie.De archeologisch-landschappelijke context en de archeologische verwachting van het omringende gebied is verschillend per onderzocht deelgebied, en zelfs binnen ieder deelgebied. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is de verwachting bepaald op het aantreffen van zowel bewoningssporen uit de prehistorie als de verwachting op het aantreffen van scheeps- of vliegtuigresten of –wrakken.Naast het archeologisch bureauonderzoek zijn tevens alle bekende cultuurhistorische waarden (objecten en structuren) geïnventariseerd ten einde vast te kunnen stellen of bij de geplande werkzaamheden eventueel cultuurhistorische waarden (monumentale waarden of waardevolle elementen zonder monumentale status) in het geding zijn.Advies archeologieDe bodemroerende werkzaamheden binnen de verschillende deelgebieden van het plangebied vinden plaats tot een diepte variërend tot 20 meter beneden maaiveld. Naar verwachting is de bodem mogelijk deels geroerd door de reeds aanwezige damwanden en ankers, maar deze verstoringen zijn zeer plaatselijk zodat nog steeds sprake kan zijn van intacte archeologische vindplaatsen. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt de kans op het aantreffen van zowel bewoningssporen uit de prehistorie als de kans op het aantreffen van scheepsresten of –wrakken voor bepaalde (delen van) deelgebieden als middelhoog/hoog ingeschat. Bepaalde delen kunnen echter ook vrijgegeven worden. Op kaart 6 worden deze delen uitgesplitst. Dit betreft vrijgave op basis van waargenomen verstoringen, een lage archeologische verwachting of reeds vrijgegeven zones op basis van de archeologische verwachtingskaarten. Dit kan als volgt worden samengevat:Gemeente Almere:Vervolgonderzoek bij deelgebieden N13, N14, N20, N21, N22 en N23.Gemeente Dronten:Geen vervolgonderzoek binnen de deelgebieden N25 en N26.Gemeente Lelystad:Vervolgonderzoek bij deelgebied N23. Geen vervolgonderzoek voor de deelgebieden N24, N25 en N26.Gemeente Noordoostpolder:Vervolgonderzoek bij deelgebieden N1, N2, N4Gemeente Urk:Vervolgonderzoek bij deelgebieden N3Gemeente Zeewolde:Vervolgonderzoek bij deelgebieden N13 en N14Vervolgonderzoek in de vorm van een booronderzoek wordt geadviseerd voor die delen waar ingrepen gaan plaatsvinden en waar op basis van het bureauonderzoek een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt. Ook zijn enkele delen geselecteerd waarbij de begrenzing van de middelhoge en hoge verwachting nog nader getoetst dient te worden. Dit vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden door het uitvoeren van boringen met een aqualockboor, in een raai met een tussenruimte van maximaal 40 meter tussen de boringen en minimaal twee per advieszone.Verder dient rekening gehouden te worden met de vondst van scheeps- of vliegtuigwrakken binnen het gehele plangebied. Geadviseerd wordt om een Protocol Toevalsvondsten op te stellen, waarbij de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen uiteen worden gezet in geval bij de civiele werkzaamheden een scheeps- of vliegtuigwrak (of een andersoortige archeologische vondst) wordt aangetroffen. Op deze manier kunnen de civiele werkzaamheden met zo min mogelijk risico op stagnatie en bijkomende kosten worden uitgevoerd.Het is aan het bevoegd gezag om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen van het archeologisch proces.Ook wanneer het deelgebied op basis van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de betreffende gemeente en het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Flevoland (Mevr. P.P.A. Heise-Roovers, beheerder PDB Flevoland, tineke.roovers@batavialand.nl, tel. 0320-225939/ 06-13243987).Advies cultuurhistorieBinnen de contouren van de deelgebieden zijn enkele cultuurhistorisch waardevolle structuren aanwezig, in de lineaire vorm van de verschillende vaarten, de Knardijk en het Emmeloorderbos. Voor de geplande werkzaamheden wordt verwacht dat deze geen negatieve invloed zullen hebben op, of een onevenredige aantasting zullen vormen voor deze cultuurhistorische waarden. Wel wordt geadviseerd de verstoring zo minimaal mogelijk te houden, zeker aangezien de exacte werkzaamheden nog niet bekend zijn.

Date Submitted: 2022-03-18

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-ZAR-2T25
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-ZAR-2T25
Provenance
Creator T Beukelaar-van Gulik; E.R.J.G. Picard; F.P.J. van Puijenbroek; R. Schrijvers
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor T Beukelaar - van Gulik; VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie,
Publication Year 2022
Rights CC-BY-SA-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0
OpenAccess true
Contact T Beukelaar - van Gulik (Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/zip; application/pdf
Size 32053; 74682386
Version 1.1
Discipline Humanities