Kort achter elkaar werden in 1934 nabij de Kreijelerschans in Nederweert twee muntschatvondsten gedaan. Beide schatvondsten bestonden uit enkele tientallen SpaansNederlandse zilveren daalders en schellingen uit de eerste decennia van de 17e eeuw. Van één van beide deposities staat vast dat die op of bij de oude vluchtschans werd gevonden. De sluitmunt daarvan dateert uit 1638 terwijl de schans in of kort voor 1636 werd opgericht. Daaruit kunnen we concluderen dat de begraving en de ingebruikname van de schans gecorreleerd zijn. In de herinnering zijn de verhalen van beide schatvondsten gemixed geraakt. In deze rapportage zijn zij weer ontvlochten. Bovendien is aangetoond dat een andere schatvondst, die in de nabijheid in 1931 zou zijn gedaan, feitelijk op een verkeerde interpretatie berust en moet worden gealloceerd in Budel (N.Br.).
Date: 1934