Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase Zonnepark aan de Nude te Rhenen, gemeente Rhenen (UT) Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase Zonnepark aan de Nude te Rhenen, gemeente Rhenen (UT)

DOI

Laagland Archeologie heeft in februari en maart 2022 een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Nude te Rhenen. Het onderzoek vond plaats in verband met een verkenning naar de mogelijkheden tot het plaatsen van een zonnepark in een gebied met een oppervlakte van 28 hectare. Het onderzoek is een vervolg op een eerder uitgevoerd bureauonderzoek, waaruit bleek dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft.Op basis van het bureauonderzoek worden in het plangebied archeologische resten verwacht uit de periode Neolithicum – Nieuwe tijd. Archeologische resten uit de periode Neolithicum – vroege Middeleeuwen worden verwacht in oeverafzettingen van de Herveld stroomgordel, die zijn afgedekt met komklei. De verwachting is dat onder komklei kronkelwaarden met oevers en restgeulen liggen. Tot op heden zijn binnen het plangebied en in de directe omgeving ervan geen archeologische vondsten bekend. In de Nieuwe tijd is het gebied in gebruik geweest als inundatie gebied als onderdeel van de Grebbelinie. Daarnaast worden resten verwacht van gevechtshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog. Concrete resten zijn in dit gebied niet bekend.Om de hoge archeologische verwachting te toetsen voor afgedekt vindplaatsen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is niet geschikt voor het opsporen van resten uit de Tweede Wereldoorlog. Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4003. Het doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de opbouw van de ondergrond en de aan- of afwezigheid van archeologisch kansrijke lagen te bepalen.Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied, onder een laag komklei van gemiddeld ruim 100 cm, afwisselend restgeulafzettingen of kronkelwaardafzettingen op beddingzand voorkomen. In de noord- en zuidzijde, bestaat de ondergrond plaatselijk uit Pleistoceen zand. In een aantal kleine gebieden komen hoog in het profiel zandlagen of sterk siltige kleilagen voor, deze zijn geïnterpreteerd als crevasse- respectievelijk oeverafzettingen.In een beperkt aantal boringen is in de komklei een laklaag of verlandingslaag aangetroffen, maar over het algemeen heeft er een doorgaande sedimentatie in het gebied plaatsgevonden en ontbreken archeologische kansrijke lagen. In de komklei en ook in oeverafzettingen zijn in diverse boringen houtskoolbrokken aangetroffen. Deze laten enkele clusters zien en zijn mogelijk aanwijzingen voor menselijke activiteit. Het zou kunnen gaan om kleinschalige vondstcomplexen jacht- of visactiviteiten, waarbij vuur gemaakt is. Meest voor de hand is dat dergelijke activiteiten plaatsvonden op hoge oeverzones of crevasses zoals deze zijn aangetroffen. Dit betreffen slechts kleine gebieden. Het zijn deze gebieden die een middelhoge archeologische verwachting krijgen. Voor het overige plangebied wordt de archeologische verwachting laag ingeschat.Indien bij de aanleg van het zonnepark rekening wordt gehouden met de ligging van deze hoge oever- en crevasse zones is de kans dat eventuele vindplaatsen worden geroerd door de voorziene graafwerkzaamheden zeer klein. Deze zones zijn opgenomen in een advieskaart in Bijlage 6.Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in de zones met een lage archeologische verwachting uit te voeren. In de zones met een middelhoge verwachting wordt geadviseerd om geen werkzaamheden dieper dan 30 cm -mv uit te voeren. Indien dit niet mogelijk of onwenselijk is wordt geadviseerd om deze zones nader te onderzoeken middels een karterend booronderzoek waarbij gezocht wordt naar archeologische indicatoren (aardewerk- of vuursteenfragmentjes) door middel van het versnijden en verbrokkelen van opgeboorde grond op de overgang van kom- naar oever- of crevasse afzettingen. Omdat het waarschijnlijk gaat om kleine vindplaatsen is een intensief archeologisch onderzoek noodzakelijk met een boorgrid van 13 x 15 m met een 12 cm Edelmanboor, waarbij de monsters worden versneden en verbrokkeld.1 Indien bij de graafwerkzaamheden bodemvreemd materiaal of bodemverstoringen worden aangetroffen die in relatie kunnen staan met de Tweede Wereldoorlog dan wordt aangeraden om deze te melden, zie meldingsplicht hieronder.De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Rhenen geadviseerd door de Omgeving Dienst Omgeving Utrecht (ODRU), vertegenwoordigd door mevr. P. Fijma.Top op dit schrijven is nog een reactie van de gemeente ontvangen. We gaan ervan uit dat de gemeente het advies heeft overgenomen.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten, met name uit de Tweede Wereldoorlog, worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-x4y-rhg2
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-x4y-rhg2
Provenance
Creator Laagland Archeologie VOF
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Laagland Archeologie
Publication Year 2024
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/gml+xml; application/zip; application/pdf; text/xml
Size 44779; 25183; 3828663; 3289; 1190; 1343; 1815; 830; 1597; 42248; 10326; 5293; 1851; 1148; 1678; 1831; 2038; 2143; 2025; 1266; 1624; 2134; 1391; 1984492; 978; 1602; 177302; 1445; 977; 1280; 1604425; 907; 1208; 2963; 980; 38289; 1470; 2124; 2075; 1449; 1813; 1524; 2323; 306627; 100455; 2138; 462333; 306199
Version 1.0
Discipline Humanities