In het kader van een bestemmingsplanwijziging voor de bouw van vier twee‐onder‐één‐kap woningen te Oranje is een uitvraag gedaan voor een aantal gebiedsonderzoeken, waaronder archeologie. De graafwerkzaamheden zullen behalve de bouwvoor ook de onderliggende lagen verstoren. In verband hiermee is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat sprake is van een brede verwachting. Er kunnen vindplaatsen vanaf het laat‐paleolithicum tot en met de nieuwe tijd worden aangetroffen. Bewoning tijdens de bronstijd, Romeinse tijd en ijzertijd ligt minder voor de hand, gezien de veenbedekking. Voor het toetsen van de hoge archeologische verwachting binnen het plangebied is een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) aanbevolen waarin met name de antropogene bodemverstoring wordt onderzocht (6 boringen per hectare, met een minimum van 6 boringen per plangebied).Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bovengrond van de locatie grotendeels is verstoord. In twee boringen is onder de veenlaag nog sprake van een B1‐horizont. Omdat echter nergens meer sprake is van een intacte E‐ en B2‐horizont, is er geen kans meer op het aantreffen van intacte vuursteenvindplaatsen. De eventuele vindplaatsen zullen vrijwel volledig zijn verstoord.Ondanks de verstoringen in het plangebied zouden ingegraven resten van nederzettingsterreinen uit latere perioden aanwezig kunnen zijn. Echter, hierbij zou er een strooiing van aardewerk, houtskool, verbrand leem en andere archeologische indicatoren aanwezig zijn in een mate dat e.e.a. was aangetroffen in de boringen. Er is echter geen enkele archeologische indicator aangetroffen. Daarmee kan de aanwezigheid van nederzettingsresten uit de latere perioden ook worden uitgesloten. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven.
Date Accepted: 2012-12-02