In opdracht van de gemeente Vlissingen heeft RAAP in oktober-november 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het plangebied Visodeweg (fase 1) te Vlissingen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een voorgenomen omgevingsvergunningaanvraag. De plannen bestaan uit de verbreding van de Visodeweg en de aanleg van een parallel hieraan gelegen landweg.Op basis van de uitgevoerde verkennende boringen worden binnen 40 cm –mv geen in situ archeologische resten verwacht. Plaatselijk is sprake van diepe bodemverstoringen, waar bijvoorbeeld tot 320 cm –mv geen in situ archeologische resten aanwezig zullen zijn.Met name in het noordelijk deel van onderzoeksgebied fase 1 zijn potentiële archeologische vondst - en sporenniveaus met een middelhoge-hoge archeologische verwachting aangetroffen. Voor de periode middeleeuwen-nieuwe tijd betreft dit een cultuurlaag op de locatie waar historische bebouwing uit de nieuwe tijd (en mogelijk ouder) werd verwacht (vanaf 40 cm –mv), zandige kreekgeulafzettingen die mogelijke sporenniveaus vormen (aanwezig vanaf 55-90 cm –mv) en ontkalkte kreekoeverafzettingen (aanwezig vanaf 70-160 cm –mv). Voor de periode (ijzertijd-)Romeinse tijd betreft dit kwelderafzettingen (aanwezig vanaf 185-200 cm –mv), veraard veen (aanwezig vanaf 205-210 cm – mv), mogelijke moerneringssporen (aanwezig vanaf 250 cm –mv) en eventueel oudere kreekoeverafzettingen met een laklaag in de top (die eventueel ook ouder zouden kunnen zijn; aanwezig vanaf 320 cm –mv).Voor de aangetroffen dekafzettingen, kleiige kreekgeulafzettingen, kalkrijke kreekoeverafzettingen, lagen niet-veraard veen en de aan de basis van de boringen aangetroffen wadafzettingen bestaat een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten.Voor het (nog) niet met boringen onderzochte deel van het plangebied (fase 2) dient in principe de op basis van het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting te worden gehandhaafd hoewel de resultaten van dit booronderzoek enige indicatie geven voor de ligging van verschillende archeologische verwachtingszones.In opdracht van de gemeente Vlissingen heeft RAAP in mei 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Visodeweg (fase 2) te Ritthem in de gemeente Vlissingen. In het huidige onderzoeksgebied is de aanleg van een landweg voor landbouwverkeer voorzien. Het deel van het plangebied waar de verbreding van de Visodeweg is voorzien (deelgebied fase 1) is reeds met een verkennend booronderzoek onderzoek (Peeters, 2022b).Op grond van de onderzoeksresul taten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Voor het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied fase 2 kan de verwachting voor de periode paleothicum-mesolithicum naar middelhoog-hoog worden aangescherpt, op basis van het aantreffen van een goeddeels intact dekzandlandschap aan de basis van de boringen (vanaf 355-395 cm -mv/ vanaf 4,53-4,86 m -NAP). Voor het ten noorden hiervan gelegen gebied wordt een onbekende verwachting gehandhaafd.Verspreid over het plangebied is het veenlandschap uit de ijzertijd-Romeinse tijd in ongeveer de helft van de boringen intact (met veraarde top, vanaf 80-120 cm -mv/vanaf 1,57-2,15 m -NAP), eventueel met afdekkende kwelderlaag. In deelgebied fase 2 heeft dan ook aanzienlijk minder erosie en bodemverstoring plaatsgevonden dan in het eerder onderzochte deelgebied fase 1. Voor deze lagen bestaat een hoge archeologische verwachting. In vijf boringen is, min of meer vanaf de diepte waarop dit veraarde veen aanwezig is, waarschijnlijk sprake van moerneringssporen uit de late middeleeuwen.Mogelijk kunnen ze ook ouder zijn (uit de Romeinse tijd). In één boring is een dieper gelegen laag veraard veen aangetroffen, die mogelijk met archeologische sporen en bewoningsresten uit de bronstijd gepaard kan gaan (vanaf 235 cm -mv/3,07 m -NAP).In de helft van de boringen zijn ontkalkte kreekoeverafzettingen aangetroffen met een middelhoge archeologische verwachting voor de middeleeuwen. Deze goed gerijpte lagen zijn vanaf 45 -80 cm -mv aanwezig (vanaf 1,32-1,78 m -NAP). Eventueel zouden deze lagen, indien ze op grotere afstand van de kreekgeulen in de overgangszone naar lager gelegen gebied zijn gevormd, ook poelafzettingen kunnen betreffen, waarvoor een lage-middelhoge verwachting bestaat.