Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de oorspronkelijke bodemopbouw ter plaatse van boring 3, 4, 5 en 6 intact is. Hier is sprake van een oude akkerlaag onder een subrecente bouwvoor op een ondergrond van beddingzand. In de akkerlaag is sprake van subrecent puin en in kleine mate leembrokjes, die niet van archeologische waarde zijn. De overgang van de oude akkerlaag naar de B- en C-horizont is geleidelijk, met uitzondering van boring 3 en 4 waar de B- en de top van de C-horizont door ploegen of graven vermengd zijn geraakt. Boring 1a en 1b zijn beiden gestuit op een vaste puinlaag op respectievelijk 110cm-mv en 90cm-mv. Ter plaatse van boring 2 is de bodem gestuit op een diepte van 150 cm-mv. Aangezien dit ruim onder de bovenkant van het dekzandpakket is, worden hier geen intacte archeologische niveaus meer verwacht.Selectieadvies De bodemopbouw is in een deel van het plangebied (met name kavel 3) volledig verstoord tot in de natuurlijke ondergrond (dekzand, C-horizont). Hierdoor zijn intacte archeologische niveaus in het verleden verloren gegaan. Op grond van het ontbreken van duidelijke archeologische bewoningslage en het ontbreken van relevante archeologische indicatoren adviseren wij om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Berkelland), die vervolgens een selectiebesluit neemt of vervolgonderzoek noodzakelijk is of niet. Het door Hamaland Advies uitgevoerde booronderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 24 november 2015 beoordeeld door het bevoegd gezag en diens adviseur (mw. A. Lugtigheid-Hendriks van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA)3. Uit het uitgevoerde karterende booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw in het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied verstoord is (boringen 1 en 2). Voor het overige deel van het plangebied blijkt dat de oorspronkelijke bodemopbouw nog aanwezig is. Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden (vondsten, sporen, cultuurlagen). De kans is hierdoor klein dat op de bouwlocatie een archeologische vindplaats aanwezig is.Om de voorgaande redenen verwacht mw. A. Lugtigheid-Hendriks hier geen archeologische vindplaats, waardoor archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en adviseert zij de gemeente Berkelland om hiermee in te stemmen. Voor dit deel van het gebied, het deel waar gebouwd gaat worden, kan de archeologische verwachting bijgesteld worden van hoog naar laag. Het meest noordelijke deel van het gebied (waar geen bouwwerkzaamheden zullen plaatsvinden), ter plekke van de groenstrook/ de boringen 1 en 2 uit het archeologisch onderzoek uit 2004 (Bureau Synthegra), houdt nog steeds een hoge verwachting voor archeologie. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Oude IJsselstreek hiervan per direct in kennis te stellen.