Plangebied Voorsterbeek, traject 2, te Voorst, gemeente Voorst

DOI

In opdracht van Waterschap Vallei en Veluwe heeft RAAP in januari-februari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Voorsterbeek, traject 2 te Voorst, in de gemeente Voorst.In het plangebied worden geen tijdelijke of permanente prehistorische nederzettingen verwacht. Wel zijn beek- en beekdal-gerelateerde fenomenen te verwachten, zoals rituele deposities, (resten van) visweren, fuiken, vaartuigen, karren en dergelijke, ingebed in beekopvullingslagen en in oude oeverafzettingen. Die archeologische resten kunnen uit de prehistorie, de middeleeuwen en de nieuwe tijd stammen. Ook prehistorische voorden zijn te verwachten. Voor de middeleeuwen en nieuwe tijd worden, mede op basis van historische kaarten, ontginningssporen zoals sloten, en vooral infrastructurele resten verwacht: wegen/paden/karrensporen en aansluitend daarop resten van voorden, bruggen en vonders. Daarnaast worden ook boerenvoorden verwacht.De te verwachten archeologische waarden zullen, voor zover het om vergankelijk materiaal gaat (met name hout), matig geconserveerd zijn (hoe dieper gelegen, hoe beter bewaard). De overige waarden (aanwijzingen voor wegen, karrensporen, voorden et cetera, die zich als grondsporen aftekenen, en materiaalcategorieën zoals aardewerk, vuursteen, steen en (non ferro-) metalen zullen goed bewaard gebleven zijn. De te verwachten archeologische waarden kunnen al direct onder de bouwvoor liggen. Zij zijn met archeologisch booronderzoek niet op te sporen.Het verwijderen van bomen is niet bedreigend, als de stobben en het wortelgestel niet uit de grond worden getrokken, maar als de stobben bijvoorbeeld op maaiveld worden afgezaagd en daarna uitgefreesd worden, en het wortelgestel achter kan blijven om langzaam te vergaan. In dat geval is archeologisch vervolgonderzoek ter plaatse van de te verwijderen bomen niet nodig.Het aanplanten van bosschages kan eventueel tot schade aan het archeologische bodemarchief leiden, maar archeologisch onderzoek van de plantgaten is weinig zinvol gezien het geringe oppervlak van de afzonderlijke plantgaten en de zeer slechte waarnemingscondities in een plantgat. Geadviseerd wordt op de plantlocaties van verder archeologisch onderzoek af te zien.Het ontgraven van 20-30 cm grond over een zone van 1 tot 2 m breed ten behoeve van de 5-m brede onderhoudspaden, indien dit dieper reikt dan de bestaande bouwvoor, kan tot (geringe) schade aan de eventuele archeologische waarden leiden. Voor zover het onderhoudspad samenvalt met de terreindelen die door beheermaatregelen omgevormd worden tot kruidenrijk grasland, wordt inspectie achteraf, direct na de ontgravingen van het onderhoudspad geadviseerd; eventuele dagzomende archeologische waarden dienen gedocumenteerd te worden.De ingrepen die wel een bedreiging vormen voor de eventuele archeologische waarden zijn:- het ontgraven van de bouwvoor van 30 tot 50 cm ten behoeve van de ontwikkeling van reliëfrijk vochtig gras-/hooiland, voor zover dit dieper gaat dan de huidige bouwvoor; - het aanleggen van drie poelen;- het aanleggen van inundatiezones met bijbehorende taluds en voorden.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-XJ8-DAY3
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-XJ8-DAY3
Provenance
Creator T.J. ten Anscher
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R. Hart, 't; RAAP
Publication Year 2021
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact R. Hart, 't (RAAP Archeologisch Adviesbureau)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 7816; 7452; 887; 5801; 4272377
Version 1.0
Discipline Humanities