In opdracht van het Dienst Landelijk Gebied Limburg heeft het onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuurhistorie en Cultuurhistorie (BAAC) een inventariserend veldonderzoek (karterende fase, fase 3) door middel van grondboringen uitgevoerd in het kader van natuurontwikkeling. Dit onderzoek is uitgevoerd op grond van het advies volgend uit het bureauonderzoek (fase 1) en het verkennende inventariserend booronderzoek (fase 2), uitgevoerd door BAAC (Den Otter en De Jager 2006). Uit dit advies blijkt, dat voor drie plangebieden een middelhoge tot hoge verwachting bestaat op het aantreffen van archeologische resten. Door de geplande bodemingrepen bestaat er een gerede kans dat archeologische waarden verstoord of vernietigd worden.De drie plangebieden, die karterend zijn onderzocht, zijn:· Plangebied Berkenkamp te Afferden.· Plangebied Smakterveld te Venray.· Plangebied Speckerweg te Heythuysen.Plangebied BerkenkampEr wordt aanbevolen om een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek te laten plaatsvinden. Er zijn namelijk aanwijzingen dat in het onderzoeksgebied sprake is van een mogelijke archeologische vindplaats ter plaatse. Gedurende dat onderzoek zal de exacte aard, omvang en mate van conservering (dan wel verstoring) van een eventueel aanwezige vindplaats kunnen worden vastgesteld. Dat onderzoek dient plaats te vinden alvorens graafwerkzaamheden in het onderzoeksgebied in het kader van de natuurontwikkeling beginnen.Plangebied SmakterveldOp basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is voor het gehele plangebied naar onze mening geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk, omdat er geen archeologische indicatoren in de vorm van sporen en/of vondsten zijn gevonden die duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied.Plangebied SpeckerwegEr wordt aanbevolen om een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek te laten plaatsvinden. Er zijn aanwijzingen dat in het onderzoeksgebied sprake is van mogelijk één of meerdere archeologische vindplaats(en). Gedurende dat onderzoek zal de exacte aard, omvang en mate van conservering (dan wel verstoring) van een eventueel aanwezige vindplaats kunnen worden vastgesteld. Dat onderzoek dient plaats te vinden alvorens de graafwerkzaamheden in het kader van de natuurontwikkeling beginnen.