In opdracht van de heer Bult heeft RAAP in maart 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm
van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd
voor het plangebied Rietvink 9 te Blokzijl (gemeente Steenwijkerland). Het onderzoek vond plaats in
het kader van een omgevingsvergunning voor sloop en nieuwbouw.
Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de
ruimtelijke ordening en monumentenzorg. Bij de geplande sloop en nieuwbouw zullen de
vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek, zoals voorgeschreven in het gemeentelijk
archeologiebeleid, worden overschreden. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de
eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid.
Het plangebied maakt op de Archeologische Monumentenkaart deel uit van de historische kern van
Blokzijl. Op basis van de geraadpleegde bronnen lijkt het plangebied echter buiten de feitelijke
vestingwerken te liggen. Het plangebied werd in de 17e eeuw als bleekveld gebruikt; dat zal
archeologisch echter lastig aan te tonen zijn. Mogelijk ligt er aan de oostzijde een houten structuur in
de bodem (rond boring 3, op een diepte van 1,72 – 1,82 m -NAP (180-190 cm -mv), hoewel de
aanwijzingen hiervoor zeer beperkt en niet concreet zijn. Uit het booronderzoek blijkt wel duidelijk dat
in het plangebied een nieuwetijds ophogingspakket ligt van grofweg een meter dik.
Ter hoogte van de te slopen woning wordt een bodemverstoring van circa 1 m -mv verwacht. De
nieuwbouw komt grotendeels ter hoogte van de te slopen woning.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de voorgenomen bodemingrepen waarschijnlijk
geen bedreiging vormen voor eventuele archeologische resten. De kenniswinst van een
vervolgonderzoek in het plangebied wordt gering geacht. Daarom wordt in het kader van de
voorgenomen bodemingrepen geen vervolgonderzoek aanbevolen.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden
aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende
vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Steenwijkerland,
deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.