Antea Group projectnummer: 434345In februari 2019 heeft Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een tracé voor het vervangen van de kadebeschoeiing langs het Termunterzijldiep in de gemeente Delfzijl. Het plangebied betreft een tracé met een opgeteld lengte van 7500 m waarbij vóór of achter de bestaande houten beschoeiing een nieuwe beschoeiing wordt ingedreven. De geërodeerde oever achter de beschoeiing zal met grond en stenen worden aangevuld.De werkzaamheden zullen direct ter plaatse net achter of vóór de bestaande beschoeiing plaatsvinden. De aanlegwerkzaamheden bestaan uit het in de grond drijven van houten palen met beschot met een hoogte van 1,2 tot 1,6 m. Het beschot zal tot circa 1,55 m –NAP worden aangebracht, ten behoeve van de natuurvriendelijke gebruik van de oever is dat ongeveer 10 cm onder de waterspiegel van 1,45 m –NAP. Aan de achterzijde van het beschot zal na de plaatsing van het beschot het grondtekort deels worden aangevuld met grond en met een partij grond en breuksteen voor de natuurvriendelijke oever. De diepte van de aanvulling aan de dijk is achter het beschot ongeveer 1 m (tot circa 2,5 m –NAP) en over een afstand van 1 á 2 m naar achteren toe steil oplopend naar nihil. Bij een dergelijke aanleg zal in de praktijk ten behoeve van de grondhechting ten minste de zode van het buitentalud worden gefreesd (maximaal 0,10 m diep). Daarnaast zal in het meest noordelijke deel, tegenover de uitstroom van het verbindingskanaal, een stalen damwand worden geplaatst, ook deze zal net vóór of achter de bestaande beschoeiing worden geplaatst. Dit om afkalving van de oever door stromingen uit het verbindingskanaal op te vangen.VraagstellingSpecifiek speelt in dit bureauonderzoek de vraag een rol in hoeverre met de voorgenomen ingreep eventuele archeologische resten in het geding zijn.Archeologische verwachtingHet plangebied ligt in het noordoosten van de provincie Groningen op een zeer gevarieerde ondergrond van een getijdevlakte en kwelderwallen, die doorsneden is met (fossiele) geulen, oeverwallen en inversieruggen, behorende bij het systeem van de getijderivier Oude Ae. Het plangebied doorsnijdt dit systeem aan de uiterste westelijke rand hiervan. De ondergrond, waar dit oeverwallen of getijdeinversieruggen betrof, bood een geschikte bewoningslocatie voor de bewoners uit de midden ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen. De huizen en dorpen dienden in dit gebied wel te worden opgehoogd (wierden). In het plangebied liggen mogelijke wierdeterreinen die zijn vergraven door de aanleg van het Termunterzijldiep. Hierop wijzen bijvoorbeeld eerdere vondsten uit baggerspecie afkomstig uit het kanaal.SelectieadviesOp grond van de natuurlijke terreinvorm (vooral de inversieruggen) en de aandachtspunten (mogelijke doorsneden wierdeterreinen) geldt voor het grootste deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting. In het bureauonderzoek wordt bovendien gesteld dat het gehucht De Heemen mogelijk een vergraven wierde kan zijn. Ook is op grond van het kaartmateriaal zeer duidelijk geworden dat men bij het graven van het kanaal doelbewust heeft gekozen om deze aan te leggen in de hoger gelegen fossiele, zandige geulen, in plaats van in de lager gelegen kleivlakte. Juist deze fossiele geulen zijn de inversieruggen die als relatieve hoogte vanaf de midden of late ijzertijd werden bewoond. Ondanks de hoge verwachting adviseren wij echter op grond van zowel technische en inhoudelijke argumenten om het plangebied vrij te geven ten aanzien van archeologie. Bekende en al dan niet archeologische gegevens leiden tot de volgende argumenten om het plangebied voor de voorgenomen ingreep vrij te geven:In dit geval betreft het onderhoudswerkzaamheden aan de beschoeiing van het kanaal, namelijk het vervangen hiervan door nieuwe beschoeiing. Het kanaal en de dijk zijn vier eeuwen geleden aangelegd en sindsdien ook steeds onderhouden. De kans dat de bodem ter plaatse van de nieuw te plaatsen schotten reeds door de eerdere werkzaamheden is verstoord, is daarmee zeer groot.Uit dit bureauonderzoek blijkt dat het meest interessante traject van de natuurlijke plus antropogene bodem bestaat uit de absolute hoogte tussen 0,6 +NAP en 1,1 m –NAP (respectievelijk de kruin van bekende wierden en het actuele niveau van de laagst gelegen inversieruggen). Het waterpeil in het Termunterzijldiep ligt op 1,45 m –NAP en de aanvullingen voor de natuurvriendelijke oevers (grond en breuksteenkorven) vinden plaats vanaf dit niveau tot op circa 2,5 m –NAP. Veelal wordt dus ónder het niveau gewerkt dat archeologisch relevant is (ten aanzien van de verwachting op wierdeterreinen).Daarnaast is het uitgangspunt van het ontwerp dat er niet in de dijk wordt gegraven. Alleen zoals genoemd ter plaatse van de schotten zijn aanvulwerkzaamheden nodig en op het talud van de dijk zal hooguit de zode worden gefreesd. Hoger op het talud bestaat in principe wel een hogere kans op archeologische resten, die immers begraven kunnen liggen onder de dijk op het verticale traject 1,1 m –NAP tot 0,6 m +NAP, maar bij het frezen van enkel de (dijk)zode zal aan deze eventuele archeologische resten geen grote schade worden toegebracht.Ten aanzien van het eventuele landhoofd van de klapbrug en latere draaibrug wordt vermeld dat onvoldoende kan worden ingeschat of het reëel is dat hiervan nog resten bestaan. De archeologische waarde is vanwege de geringe ouderdom niet zeer groot.
Antea Group Archeologie 2019/20
Issued: 2020-08-24