In verband met de voorgenomen aanleg van het Eindhovense en een deel van het Nuenense deel van een snelfietsroute tussen station Eindhoven Centraal en station Helmond centraal, dat loopt van de Prof. Dr. Dorgelolaan tot de Collse Hoefdijk, is voor het onderhavige plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.
De bekende archeologische gegevens geven voor het plangebied voldoende concrete aanwijzingen voor een middelhoge tot hoge verwachting voor de Vroege Prehistorie (vooral in de beekdalen en omgeving), een hoge verwachting voor resten van nederzettingen uit de periode Late Prehistorie tot en met de Vroege Middeleeuwen (op de dekzandkoppen), een middelhoge tot hoge kans op depositie- en water gerelateerde vondsten uit alle periodes in de beekdalen van de Dommel, Gender en Kleine Dommel en een (middel) hoge archeologische verwachting voor bewoning uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd ten zuiden van de Celebeslaan (kasteel Klein Tongelre/ kasteel Het Hof), het dorp Tongelre (’t Hofke, Koudenhovenseweg, Loostraat) en station Tongelre-Nuenen in Eeneind. Vooral de verwachting in het oostelijke deel van de Celebeslaan, rondom ’t Hofke en de Loostraat en nabij het station Tongelre-Nuenen is hoog (afb. 27).
Of er van het bodemarchief nog resten aanwezig zijn, is niet op basis van dit bureauonderzoek vast te stellen. De kans is, gezien de gespecificeerde archeologische verwachting, echter groot. In het beekdal van de Dommel en Gender kunnen deze vondsten aangetroffen worden onder de ophooglaag (vanaf een diepte van ca. 1,5 m. – mv). In de rest van het tracé kunnen vondsten voorkomen vanaf een diepte van 0,50 m. onder maaiveld of direct onder de moderne wegfundering.
Voor zover nu bekend blijven op de meeste delen van het tracé de werkzaamheden beperkt tot de bovenste 50 cm (herinrichting bestaande weg). Aangezien archeologische resten pas vanaf een diepte van 50 cm onder maaiveld verwacht worden en de grond direct onder de bestaande wegfundering verstoord zal zijn door inwerking van de weg, wordt voor deze ondiepe werkzaamheden wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Mochten de plannen in de toekomst veranderen, waardoor hier toch werkzaamheden dieper dan 50 cm nodig zijn, dan dient opnieuw bekeken te worden of vervolgonderzoek nodig is.
Voor het planten van bomen en het aanleggen van plantvakken in ’t Hofke en de aanleg van het nieuwe fietspad, vinden wel werkzaamheden plaats die dieper gaan dan 50 cm -mv.
Voorafgaand aan de aanleg van het Eindhovense deel van het fietspad, ten westen van de Kleine Dommel, wordt de grond opgehoogd met 1,5 á 2 meter. Het fietspad en de drainage worden daarmee volledig aangelegd in de opgehoogde laag, waardoor per saldo geen graafwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 50 cm -mv. Voor het aanleggen van dit deel van het fietspad wordt daarop ook geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Voor het deel van het fietspad dat in de gemeente Nuenen wordt aangelegd (ten oosten van de Kleine Dommel), wordt met name voor de aan te leggen sloot/watergang dieper dan 50 cm – mv. gegraven. Daarom wordt voor dit deel van het plangebied vervolgonderzoek geadviseerd.
Omdat niet duidelijk is vanaf welke diepte eventueel aanwezige archeologische resten kunnen worden aangetroffen, adviseren wij hier eerst een verkennend booronderzoek uit te laten voeren. Het verkennend booronderzoek dient uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf bevoegd tot het uitvoeren van archeologische opgravingen (Erfgoedwet 2016, art. 5.4 en Besluit Erfgoedwet art. 3). Op basis van de uitkomsten kan de gemeente in beginsel een beslissing nemen over de noodzaak tot het veiligstellen van de archeologische informatie door middel van vervolgonderzoek. Uit een vergelijking van de locatie van de aan te leggen plantvakken en te planten bomen aan ’t Hofke met historische kaarten, blijkt dat de gebouwen aan de noordkant van de weg, waar de plantvakken komen, op dezelfde locatie liggen als de huidige gebouwen. Op 13 september is dit rapport beoordeeld door het bevoegde gezag. Het hierboven gegeven advies is daarin grotendeels overgenomen, met het verschil dat besloten is dat de aanleg van de plantvakken op de locatie ’t Hofke – Wolvendijk, in het kader van het projectrisico op het aantreffen van archeologische toevalsvondsten, uitgevoerd moet worden onder archeologische begeleiding: