Op 18 maart 2008 verleende Grouwels Daelmans C.V. aan BILAN opdracht voor een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase) voor het plangebied ‘Meemortel-DePopulier’ in Budel in de gemeente Cranendonck (provincie Noord-Brabant).Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied op basis van de ligging in een gebied met hoge zwarte enkeerdgronden volgens de IKAW een hoge archeologische verwachting heeft. Een esdek ontstaat doorsystematische ophoging van het maaiveld via bemesting, waardoor het oorspronkelijke bodemprofiel, en dus mogelijk onderliggende archeologie, tegen diepe grondverstoringen is beschermd. In de omgeving van het plangebied zijn in vergelijkbare landschappelijke ligging zijn met name sporen van bewoning (en begraving) aangetroffen uit de steentijd, ijzertijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het plangebied maaktdeel uit van het oude, ijle bebouwingslint van Meemortel, maar is tot op heden niet bebouwd geweest. Door het gebruik als bouwland wordt de bodem over het algemeen tot slechts 30 à 40 cm –mv verstoord. Door de aanwezigheid van een esdek, dat veel dikker is, is de verwachting dat mogelijk aanwezige archeologische waarden nog onverstoord zullen zijn.Op basis van het bureauonderzoek wordt aan het plangebied een hoge archeologische verwachting voor archeologische waarden uit de ijzertijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd toegekend en een middelhoge verwachting voor (onverstoorde) archeologische waarden uit de steentijd.Uit het veldonderzoek bleek dat in het oostelijke deel nog een volledig intact oorspronkelijk bodemprofiel aanwezig is. Dit zou erop kunnen wijzen dat het plangebied voorafgaand aan de vorming van het esdeknooit is ontgonnen. Bij de vorming van het esdek is het oostelijke deel van het plangebied in een keer bedekt met een dikke humeuze laag, waardoor het oorspronkelijke bodemprofiel buiten het bereik van deploeg is komen te liggen. In het westelijke deel van het plangebied was het esdek een stuk dunner, waardoor het podzolprofiel wel (deels) is opgenomen in het esdek en de bodem tot in de top van de Chorizontwas verstoord. Er werden tijdens het onderhavige onderzoek geen relevante archeologische vondsten gedaan.Hoewel er aanwijzingen zijn dat er geen ontginning en/of bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden voor de vorming van het esdek, zijn in vergelijkbare omstandigheden in de nabije omgeving resten uit de ijzertijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen. Op basis van deze gegevens blijft een hoge archeologische verwachting bestaan en wordt een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Dit selectieadvies moet, voordat bodemverstorende activiteiten plaatsvinden,door de verantwoordelijke overheid worden beoordeeld en worden onderschreven in een selectiebesluit. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen worden opgesteld, dat dient te worden geaccordeerd door de verantwoordelijke overheid.
BAAC - BILAN RAPPORT 2010/B1513
BAAC Rapport F-10.0006 B1513