Gespecificeerde archeologische verwachting
Vanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden daterend uit de perioden vanaf de Late IJzertijd. Het plangebied ligt namelijk binnen de Linge stroomgordel, welke actief was van circa 2160 tot 643 BP, van circa 150 voor Chr. tot 1304 na Chr. (Late IJzertijd t/m Late Middeleeuwen). In 1304 is de Linge afgedamd stroomopwaarts van Tiel, een à twee eeuwen nadat de rivier bedijkt was. Op de oevers van deze rivier is bewoning mogelijk geweest vanaf de IJzertijd tot op heden, de periode van activiteit van deze rivier. Dit blijkt onder meer uit de vondst van nederzettingsresten in de omgeving van het plangebied en de aanwezigheid van een oude woongrond ten zuidwesten van het plangebied, in de historische kern van Enspijk. Het plangebied ligt buitendijks tegen de Kampsedijk aan, welke voorheen werd aangeduid als de Lingedijk. Beschikbaar historisch kaartmateriaal geeft aan dat aan het begin van de 19e eeuw het merendeel van het plangebied deel uitmaakte van een historisch (boeren)erf. De bestaande dijkwoning dateert uit 1850 en is gerenoveerd, echter duidelijk is dat er sprake is geweest van een historische voorloper. De kans op het aantreffen van restanten van historische bouwwerken/bebouwing uit de Nieuwe tijd (bijvoorbeeld in de vorm van muurresten/funderingen) wordt daarom zeer hoog geacht. Tevens dient er rekening dient te worden gehouden dat het ontstaan van het erf terug gaat tot in de Late-Middeleeuwen (mogelijk ontstaan vlak nadat bedijking had plaatsgevonden in de 12e /13e eeuw).
Resultaten inventariserend veldonderzoek
De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) laten zien dat de aangetroffen bodemopbouw gekenmerkt wordt door een sterk antropogene bewerking. Er is sprake van bewerkte lagen grond die naar verwachting zullen behoren tot het dijklichaam/de dijkgrond en van een oude cultuurlaag/bewerkte bodem, wellicht daterend van vóór een dijkverbeteringsfase. Hierin is divers vondstmateriaal aangetroffen dat grofweg dateert uit de 14e tot in de 19e eeuw. Naast dateerbaar archeologisch vondstmateriaal zijn in de bewerkte lagen grond, vooral in het onderste deel, fosfaatvlekken en houtskoolspikkels aangetroffen. Deze indicatoren worden beschouwd als duidelijke aanwijzing voor de aanwezigheid van restanten van een historisch erf en daarmee van een voorganger of voorgangers van de bestaande 19e-eeuwse woonboerderij. Onder het antropogeen bewerkte deel van de bodemopbouw zijn oever- en restgeulafzettingen aanwezig, gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Linge stroomgordel voordat bedijking plaatsvond.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat binnen het plangebied, op basis van de waargenomen bodemopbouw en aangetroffen archeologische indicatoren, er mogelijk nog sprake is van een archeologische vindplaats. Verwacht wordt nog restanten/sporen/structuren te kunnen aantreffen van een historisch (dijk)erf, waarvan de oudste bewoningsfase mogelijk terug gaat tot in de 14e/15e eeuw (datering aangetroffen grijsbakkend aardewerk). Tevens kan er sprake zijn van verschillende archeologische sporenniveaus. De hoge tot zeer hoge verwachting op het voorkomen archeologische resten uit de perioden Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd, wordt dan ook bevestigd.
Advies
Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied, een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Behoud van een mogelijk aanwezige archeologische vindplaats zal niet mogelijk zijn bij een niet aangepaste uitvoering van de huidige plannen. Gezien de huidige inrichting van het plangebied (voor een groot deel bebouwd) en de geplande bodemingreep ten behoeve van de nieuwbouw, wordt geadviseerd de graafwerkzaamheden ten behoeve van de sloop en nieuwbouw archeologisch te laten begeleiden (opgraving – variant archeologische begeleiding).
Voor de opgraving – variant archeologische begeleiding zal voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) moeten worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden, en dient dan te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente West Betuwe).
Reactie namens het bevoegd gezag
Namens de gemeente West Betuwe stemt de regioarcheoloog van Rivierenland in met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Ook de aanbeveling tot uitvoering van opgraving – variant archeologische begeleiding wordt overgenomen voor de opstallen die gesloopt gaan worden. In de delen rond de te slopen opstallen waar de toekomstige woning wordt gebouwd, zal archeologisch onderzoek in de vorm van proef-sleuven uitgevoerd moeten worden om te bepalen wat de aard, omvang, (diepte)ligging, datering en fysieke en inhoudelijke kwaliteit is van de aangetroffen resten. Beide typen onderzoeken dienen te worden opgenomen in één gecombineerd PvE.