Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (15879.001) Lindelaan 3 te Opheusden

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingOp basis van het archeologisch bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de perioden IJzertijd t/m Middeleeuwen, waarbij archeologische worden verwacht in het pakket oeverwalafzettingen die gesedimenteerd zijn tijdens de actieve fase van de Nederrijn stroomgordel en naar schatting een dikte van 1,5 tot 2 meter zal hebben. Er kan dus sprake zijn van meerdere archeologische niveaus. Voor de periode Nieuwe tijd wordt de verwachting laag geacht, gebaseerd op geraadpleegd historisch kaartmateriaal. Voor de perioden IJzertijd en Romeinse tijd kunnen er in de archeologische laag nederzettingssporen, grafvelden en/of rituele plaatsen gevonden worden. Voor de periode Middeleeuwen tot aan Nieuwe tijd kunnen er sporen van een (boeren)erf gevonden worden. Archeologische resten zullen vooral bestaan uit fragmenten aardewerk, maar er kunnen ook natuursteen, vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen worden aangetroffen. De heersende vrij diepe grondwaterstanden zorgt wel voor zuurstofrijke omstandigheden in de bodem, waardoor organische resten en bot mogelijk al zijn aangetast.Resultaten inventariserend veldonderzoekDe resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) laat goede overeenkomsten zien met de in het bureauonderzoek beschreven paleogeografische ontwikkeling van het plangebied. Tot een diepte van circa 160 cm -mv komen kalkrijke, sterk zandige en onderin matig zandige kleien voor en dit betreffen oeverafzettingen die gesedimenteerd zullen zijn tijdens de actieve periode van de Nederrijn stroomgordel (tot het moment van bedijking). In de top heeft ontwikkeling van een kalkhoudende ooivaaggrond plaatsgevonden (jonge bodem). Recente bodemverstorende ingrepen beperken zich voornamelijk tot de bovengrond (bovenste 55 cm). Alleen aan de voorzijde van het woonperceel (zuidelijke deel van het plangebied) hebben wat diepere verstoringen plaatsgevonden, tot maximaal 95 cm -mv. Onder de oeverafzettingen komen zwaarder getextureerde komafzettingen voor en lopen door tot in ieder geval 220 cm -mv. Tussen gemiddeld 180 en 190 cm -mv is sprake van een (dunne) laag donkergrijs tot donkergrijsblauw gekleurde, zwak humeuze, kalkloze, matig siltige klei. Dit betreft een laklaag/vegetatiehorizont, wat aangeeft dat er een periode is geweest van nondepositie/zeer beperkte depositie. Het betreft in principe een niveau dat voor langere tijd beïnvloed kan zijn geweest door de mens. Omdat het vrij zwaar getextureerde/komachtige afzettingen betreft, gaat het niet om een periode dat het plangebied een aantrekkelijke bewoningslocatie betrof. Alleen in het verstoorde deel van de bodemopbouw zijn resten beton- en baksteenpuin en lokaal kolengruis aangetroffen. Waarschijnlijk gaat om sloopafval dat vooral door agrarische bewerking in de bodem terecht is gekomen (bemestingsresten), als bouwresten van toen de bestaande woning binnen het plangebied werd gebouwd en het terrein verder werd ingericht als siertuin. Het is niet archeologisch relevant. Verder zijn in het opgeboorde materiaal geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen en ook concentraties van houtskool of fosfaatvlekken, welke een aanwijzing kunnen zijn voor de aanwezigheid van een door de mens gevormde cultuurlaag, zijn niet waargenomen. ConclusieGeconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij met name nog een verwacht gold op de aanwezigheid van archeologische resten uit de perioden IJzertijd t/m Middeleeuwen, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting. Er is geen aanleiding meer om nog de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te vermoeden.AdviesOp grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden (geen archeologische resten aangetroffen in de versneden en verbrokkelde klei), adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. De geplande ingrepen kunnen, voor zover het archeologische waarden betreft, zonder beperkingen worden uitgevoerd.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Date Accepted: 09-12-2021

Date Accepted: 2021-12-09

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xwq-cxaq
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xwq-cxaq
Provenance
Creator EMILE ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; EMILE ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10313; 8964724; 10239; 1055; 5202
Version 1.0
Discipline Humanities