In opdracht van de familie Bakker te Bodegraven (via Ben Kraan Architecten, Bodegraven) heeft het onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuurhistorie en Cultuurhistorie (BAAC bv) een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door middel van het zetten van grondboringen (karterende fase) ter plaatse van een deel van het perceel De Meije 63 te Bodegraven. Het betreft een momenteel als tuin en deels als woning in gebruik zijnd terrein. Aanleiding voor dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van een zomerhuis.Conclusie:Het moerasgebied van de huidige Meijepolder is vanaf de Late Middeleeuwen ontgonnen. Men bouwde boerderijen op de hoger gelegen oeverwal en groef sloten diep het moerasgebied in. Langs de Meije ontstond polderlintbebouwing. De huidige, begin jaren tachtig verbouwde, woonboerderij was in 1829 al op de locatie aanwezig. Sinds 1829 hebben weinig veranderingen opgetreden, op de mogelijke bouw en sloop van een klein bijgebouw na.Ter plaatse van het onderzoeksgebied is de bodem locaal verstoord en er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een vindplaats.De geplande bodemingrepen zullen als gevolg hebben dat de bodem ter plekke tot circa 1 m beneden maaiveld verstoord zal raken. Binnen deze verstoringsdiepte zijn in principe twee archeologisch potentieel relevante vlakken aanwezig. Het betreft het huidige maaiveld en de overgang van de fluviatiele afzettingen (oeverwalafzettingen van de huidige Meije) naar de ondergelegen perimariene afzettingen (getijdegeul). Echter, op deze vlakken zijn geen aanwijzingen aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een vindplaats. Het plangebied heeft na het karterende booronderzoek een lage verwachting gekregen op het aantreffen van archeologische waarden. De verwachting is derhalve dat bij de geplande bodemingrepen geen archeologische resten zullen worden verstoord.
inventariserend archeologisch veldonderzoek (karterende fase)
Date: 05-01-2007 (aanvang onderzoek)