In opdracht van Terra heeft RAAP tussen 6 mei en 18 juli 2019 in het plangebied Huizingbrinkweg 9 in de gemeente Emmen een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een archeologische opgraving-variant archeologische begeleiding.
De archeologische resten zijn afkomstig uit verschillende bewoningsperioden. De oudste resten bestaan uit scherven Trechterbekeraardwerk, daterend tussen circa 3400 en 2950 voor Chr., die samen met bewerkt vuursteen in een kuil zijn gevonden.
Uit de ijzertijd en Romeinse tijd zijn enkele gebouwstructuren aangetroffen. Het gaat vermoedelijk om twee huisplattegronden en een plattegrond van een bijgebouw, in het zuidelijke deel van het plangebied. Uit de vroeg Romeinse tijd stamt een afvalkuil waarin een spinklos, aardewerk en stenen zijn gevonden. Verder zijn uit de ijzertijd/Romeinse tijd fragmenten van verschillende typen handgevormd aardewerk aangetroffen. Het aardewerk is relatief sterk gefragm enteerd, en weinig tot matig verweerd. Overige vondstcategorieën kunnen niet eenduidig aan deze periode worden toegeschreven.
Uit de aardewerkvondsten blijkt dat er in de vroege middeleeuwen, vanaf de (eerste helft van de) Merovingische tijd, ergens tussen ca. 450 en 600 na Chr. mensen hebben verbleven. Er zijn slechts enkele sporen met scherven vroegmiddeleeuws aardewerk, gebouwen konden niet gereconstrueerd worden. Ook is de hoeveelheid vondsten te klein om uit te mogen gaan van lokale bewoningscontinuïteit gedurende meerdere eeuwen in de Merovingische en de daarop volgende Karolingische tijd. Het meest opmerkelijke spoor uit deze periode is een haardkuil, die was opgevuld met stenen, leembrokken en aardewerkscherven.
Twee huisplattegronden van het type Gasselte B dateren uit de volle-late middeleeuwen. De westelijke huisplattegrond was de oudste, later werd aan de oostzijde een nieuw woonstalhuis gebouwd. Waarschijnlijk is deze latere huisplattegrond eenmalig of vaker verbouwd. Ten zuiden van deze huisplattegrond lag een waterput met een houten bekisting. Deze is in het begin van de 13e eeuw aangelegd. Een tweede waterput lag ten westen van de huisplattegronden. Verder zijn uit deze periode kuilen gevonden. De sporen uit deze periode liggen vooral in het no ordelijke deel van het plangebied.
Het vondstmateriaal bestaat lokaal geproduceerd kogelpotaardewerk. Slechts vijf scherven betreffen importaardewerk, afkomstig uit het Duitse Rijnland. De vondsten van natuursteen uit deze periode zijn beperkt.
Uit de nieuwe tijd zijn in het noordelijke deel van het plangebied een waterput met een mantel van baksteen gevonden, een baksteen fundering, een vloertje en een greppel. In het zuidelijke deel komen esgreppels voor en zijn enkele grote kuilen gevonden. Het vondstma teriaal uit de nieuwe tijd bestaat uit aardewerk en bouwmateriaal, ruwweg daterend uit de 17e -19e eeuw. Deze boerderijen uit de nieuwe tijd zijn de directe opvolgers van de laatmiddeleeuwse boerderijen. De oriëntatie van deze boerderijen in de 19e eeuw was vrijwel gelijk aan die van de middeleeuwse huisplattegronden. Ook de esgreppels in het plangebied hebben dezelfde oriëntatie. Hieruit blijkt dat de middeleeuwse perceelindeling zich heeft voortgezet tot in de nieuwe tijd.