Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van een analyse van aardkundige, historische en archeologische bronnen. Het gebied is in de late middeleeuwen (vanaf het einde van de 12e eeuw) ingepolderd. Indien crevasseafzettingen aanwezig zijn, dan kunnen hierop archeologische resten uit de periode late ijzertijd-nieuwe tijd worden aangetroffen. In de komafzettingen en de afzettingen van de Sint Elisabethsvloed kunnen resten uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd worden aangetroffen. Aangezien de hoge verwachtingswaarde volgens de gemeentelijke beleidsadvieskaart juist de bovenste 50 cm van het maaiveld betreft, heeft dit mogelijk gevolgen voor eventueel aanwezige archeologische resten. Ook de uitgevoerde ruilverkaveling kan voor bodemverstoring gezorgd hebben. Op basis van de conclusies van het archeologisch onderzoek wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.