Damenweg, Soerendonk Gemeente Cranendonck

DOI

In opdracht van dhr. J. Rooymans heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv in februari 2011 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO) verkennende fase door middel van boringen uitgevoerd aan de Damenweg 7-9, te Soerendonk, gemeente Cranendonck. De aanleiding voor dit onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning. Graafwerkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling zullen zorgen voor een bodemverstoring tot op een onbekende diepte. De kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden hierdoor verstoord dan wel vernietigd zullen worden.Bij het bureauonderzoek bleek dat het plangebied in het zuidelijk zandgebied van Nederland ligt. In de ondergrond komen laatpleistocene matig fijne tot fijne, zwak siltige zandafzettingen voor die toebehoren aan de Formatie van Boxtel. Dit dekzand is aan het eind van de laatste ijstijd afgezet, tijdens het Weichselien. Op de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd als deel van een dekzandrug al dan niet met een oud bouwlanddek. Gezien de datering van de afzetting van dit dekzand kunnen in de top ervan archeologische waarden worden verwacht vanaf het Laat Paleolithicum. Op de bodemkaart is het plangebied gekarteerd als hoge zwarte enkeerdgrond. Dit houdt in dat een minimaal 50 cm dik humeus dek op het dekzand is opgebracht ter bevordering van de vruchtbaarheid van het land. Dit humeuze dek kan al sinds de Late Middeleeuwen zijn opgebracht en kan daardoor archeologische waarden vanaf deze periode bevatten en onderliggende oudere waarden hebben beschermd. Op basis van historisch kaartmateriaal is het plangebied vanaf het begin van de 19e eeuw in gebruik geweest als bouwland. Door het gebruik van het plangebied als bouwland kan de top van het dekzand door verploeging zijn verstoord.Uit het veldonderzoek is gebleken dat de top van het dekzand onder het humeuze dek grotendeels intact is. Op grond van de ligging van het plangebied op een dekzandrug, afgedekt door een onverstoorde enkeerdgrond heeft het plangebied een (middel)hoge verwachtingswaarde voor het aantreffen van archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Deze verwachting is tijdens het veldonderzoek niet uitgekomen. Wegens het ontbreken van resten van bewerkt vuursteen in de boringen is het onwaarschijnlijk dat er in het plangebied archeologische resten voorkomen uit de periode Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum. De verwachting op het aantreffen van vindplaatsen met veel kleinere vondstdichtheid vanaf de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen blijft onveranderd (middel)hoog te noemen. Het humeuze dek zelf kan sinds de Late Middeleeuwen zijn opgebracht. Om deze reden kunnen in dit dek archeologische waarden vanaf de Late Middeleeuwen aanwezig zijn. Gezien een dikte vanaf 50-80 cm van het humeuze dek is ter plaatse van de boringen sprake van hoge zwarte Enkeerdgronden. Uit boring 4 bleek dat het plangebied hier plaatselijk verstoord is tot onder het niveau waar eventuele archeologische resten aanwezig kunnen zijn.Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek worden in de ondergrond van het plangebied archeologische waarden verwacht in de vorm van resten van bijvoorbeeld bewoning of begravingen die dateren vanaf de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Bij werkzaamheden die dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld (circa +27.3 m NAP) binnen van het plangebied wordt vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Middels een proefsleuvenonderzoek wordt inzicht verkregen in de aan- of afwezigheid van archeologische sporen. Een proefsleuvenonderzoek geeft tevens duidelijkheid over de aard, ouderdom en verspreiding van de vindplaats en mogelijk ook inzicht in de waarde ervan. Aangezien de ondergrond, en daarmee eventueel daarin aanwezige archeologische waarden, in de omgeving van boring 4 verstoord is, wordt hier geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren (zie voor de begrenzing van het verstoorde gebied bijlage 3).

Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-23Q-9YE9
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-23Q-9YE9
Provenance
Creator J.W. van Zessen
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor A.L. Blonk; Becker
Publication Year 2014
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact A.L. Blonk (IDDS Archeologie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 1576110; 8204; 7994; 1000; 3703
Version 1.0
Discipline Humanities