Op het perceel ten zuiden van het recreatieterrein Land van Bartje en ten oosten van het verlengde van de Oosterweg te Ees, gemeente Borger-Odoorn, is op 25 maart 2004 een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd (RD-centrumcoördinaten 251,250/547,545; voor de Hgging zie Figuren 1 en 2). Het perceel is momenteel in gebruik als akkerland. De grootte van het onderzochte terrein bedraagt circa 2 hectare en het ligt ongeveer 21,4 meter boven het NAP. Ten westen van het onderzochte perceel ligt een diep afgegraven terrein. De bodem bestaat uit een haarpodzol met lemig fijn zand en keüeem (classificatie bodemkaart Hd23x met grondwatertrap VI: gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm en gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 120 cm onder het maaiveld). Het terrein Hgt op een heuvelrug. Het oostelijke gedeelte bevat premorenale afzettingen op minder dan 120 cm onder het maaiveld, zonder bovenliggende grondmorene. Het overige deel van het perceel bevat landijsafzettingen oftewel grondmorene op minder dan 120 cm onder het maaiveld (classificatie fysisch-geografische kaart respectievelijk Phln en Ghln). Uit het plangebied noch uit de directe omgeving zijn vondstmeldingen aanwezig in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de heer H. Ottens. De aanleiding tot het onderzoek is toekomstige aanleg van een Pitch en Putt-(golf)baan. Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Het doel van het onderzoek is vast te stellen of in het plangebied nog onverstoorde archeologische grondsporen verwacht kunnen worden. Hiertoe is de bodem onderzocht op een eventueel aanwezige cultuurlaag en op archeologische voorwerpen.
Date: 25 maart 2004 (uitvoering)