Onderzoeksgebied Bloemenheuvel

DOI

In opdracht van Rijkswaterstaat Utrecht heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in februari 2006 een waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd in verband met de verbreding van de Rijksweg A12 in de gemeente Driebergen- Rijsenburg. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de waarde (fysiek en inhoudelijk) van de eventueel aanwezige archeologische resten in het onderzoeksgebied. Tijdens de inspectie van het onderzoeksgebied voorafgaande aan het veldonderzoek bleek het noordelijke deel veel smaller dan tijdens het schrijven van het PvE was aangenomen, namelijk circa 45 m breed in plaats van 90 m. In het zuidelijke deel konden geen sleuven gegraven worden vanwege de aanwezigheid van bomen, een sloot, een verhard rijwielpad en een aantal kabels (waaronder een 150 kilovolt kabel). In totaal zijn er 9 proefsleuven met een lengte van circa 40 m en een breedte van 4 m aangelegd, met een gezamenlijke oppervlakte van 1700 m2. Het blijkt dat de bodem in het onderzoeksgebied bestaat uit dekzand dat is afgedekt door een plaggendek. Dit plaggendek is ontstaan door eeuwenlange bemesting in de vorm van potstalmest. Twee vindplaatsen zijn aangetroffen: - Een zone van circa 175 bij 40 m in het centrale en westelijke deel van het onderzoeksgebied met nederzettingsresten, een greppelsysteem en een geïsoleerde (rituele?) kuil uit de periode Late Bronstijd t/m Romeinse tijd. - Resten van een agrarisch landschap uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd (ontginningsgreppels van een strokenverkaveling, een plaggendek en spitsporen) verspreid over het hele onderzoeksgebied. De vindplaats uit de Late Bronstijd t/m Romeinse tijd is behoudenswaardig op grond van de fysieke en inhoudelijke kwaliteit. De vindplaats uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd is niet behoudenswaardig. Aangezien behoud in situ geen optie is, wordt aanbevolen de vindplaats uit de Late Bronstijd t/m Romeinse tijd op te graven. Geadviseerd wordt om tijdens deze opgraving tevens aandacht te besteden aan de ontginnings- en gebruiksgeschiedenis van het onderzoeksgebied vanaf de Late Middeleeuwen. Omdat de vindplaats uit de Late Bronstijd t/m Romeinse tijd mogelijk doorloopt tot in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied (waar de aanleg van proefsleuven niet mogelijk was) dienen de geplande bodemingrepen daar archeologisch begeleid te worden.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-ZT7-962D
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-ZT7-962D
Provenance
Creator A.J. Tol; D. Bekius; J.W. de Kort
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor m verbruggen; RAAP Archeologisch Adviesbureau
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact m verbruggen (RAAP)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 6446; 6245; 812; 3213; 965665
Version 1.0
Discipline Humanities