Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (14943.001) Bilderdijkstraat 46 te Putten

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingOp basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting voor het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Het plangebied ligt op een daluitspoelingswaaier die waarschijnlijk bedekt is met (gordel)dekzand, als overgangs-/randzone van de ten oosten gelegen Stuwwal van Garderen naar het ten westen gelegen Pleistocene bekken van de Gelderse Vallei. Gordeldekzandgebieden, op de flanken van stuwwallen, betreffen landschappelijke eenheden waar vaak een hoge dichtheid aan archeologische resten kan worden verwacht. In de omgeving van het plangebied zijn het aantal in ARCHIS geregistreerde archeologische onderzoek vrij beperkt en hebben tot op heden niet geresulteerd in het aantreffen van behoudenswaardige archeologische vindplaatsen. Wel zijn vondstmeldingen bekend, waarbij aangetroffen vondsten tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden voornamelijk bestaat uit fragmenten aardewerk daterend vanaf het Neolithicum t/m de Middeleeuwen. Alleen voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag. Op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen dat binnen de begrenzing van het plangebied een historisch (boeren)erf heeft gelegen. Het plangebied behoort namelijk tot de jonge (heide)ontginningen en is pas in de tweede helft van de 19e eeuw ontgonnen ten behoeve van agrarisch gebruik. Kortstondig hebben eind jaren ’50 en begin jaren ’60 van de 20e eeuw enkele schuren binnen het plangebied gestaan. De huidige situatie, waarbij in het noordelijke deel van het plangebied een supermarkt is gebouwd met bijbehorend parkeerterrein en het zuidelijke deel in gebruik is als openbaar groen/speelveld, dateert vanaf begin jaren ’80 van de 20e eeuw. Resultaten inventariserend veldonderzoekUit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat er binnen het gehele plangebied bodemverstorende ingrepen/vergravingen zijn uitgevoerd. In géén van de boringen zijn restanten van de oorspronkelijke bodemopbouw aangetroffen. De bodemopbouw ter plaatse van het parkeerterrein bestaat onder het cunetzand uit niet meer dan een dunne laag gevlekt, zwak humeus zand tot gemiddeld 40 cm -mv, direct gevolgd door de 1C-horizont. In de groenstroken/het speelveld komt een laag humeuze grond van zeer gevarieerde dikte, van minimaal 55 tot wel 120 cm, met ook hieronder een scherpe overgang naar de 1C-horizont. Dit betreffen goed gesorteerde (gordel)dekzandafzettingen. Op een diepte van circa 180 cm -mv vindt een overgang plaats naar sneeuwsmeltwaterafzettingen/hellingsafspoelingen (2C-horizont).ConclusieIn géén van de boringen zijn restanten van de oorspronkelijke bodemopbouw aangetroffen, waarvan op basis van het bureauonderzoek verwacht wordt dat dit een holtpodzolbodem is geweest. Binnen het plangebied zijn reeds grootschalige verstoringen/vergravingen uitgevoerd, meest waarschijnlijk ten behoeve van de huidige inrichting. Hierbij is ter plaatse van de groenstroken/speelveld langs de west- en zuidzijde van de supermarkt een pakket humeus zand teruggestort. Geconcludeerd wordt dat het archeologisch potentiele vondst- als sporenniveau waarschijnlijk volledig is verstoord/vergraven binnen het gehele plangebied. De hoge archeologische verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m de Middeleeuwen kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de perioden Nieuwe tijd was de verwachting al laag en blijft laag,AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek, waardoor de archeologische verwachting voor het gehele plangebied bijgesteld kan worden naar een lage verwachting, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Binnen het gehele plangebied zijn reeds grootschalige verstoringen/vergravingen uitgevoerd, waardoor het archeologisch potentiele vondst- als sporenniveau waarschijnlijk volledig is verstoord/vergraven. Archeologische waarden worden dan ook niet meer in situ worden verwacht.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Date Accepted: 05-05-2021

Date Accepted: 2021-05-05

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zv2-rufc
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zv2-rufc
Provenance
Creator E.M. ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; E.M. ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 9687; 8642396; 9850; 1070; 3281
Version 1.0
Discipline Humanities