Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek (22349.002) noordelijke deel Churchillweg te Wageningen

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens wordt verwacht dat het plangebied/tracé binnen met (gordel)dekzand bedekte daluitspoelingswaaiers ligt, als overgangsgebied tussen de ten oosten gelegen Stuwwal van Ede-Wageningen en de ten westen gelegen dekzandvlakte van de Gelderse Vallei. Door zijn gradiëntsituatie had het plangebied/tracé in principe al een gunstige ligging voor Jagers-verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen), alhoewel vanuit het hoogtebeeld blijkt dat er geen sprake is van een uitgesproken reliëf. Reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied/tracé heeft tot op heden geen archeologische resten uit de Vroege-Prehistorische/Steentijd opgeleverd. Voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum wordt de verwachting dat ook middelhoog geacht.

Omdat het plangebied/tracé nog gerekend kan worden tot een gebied van gordeldekzandwelvingen dan wel -glooiingen, had het waarschijnlijk nog een voldoende gunstige ligging voor het ontplooien van bewonings-activiteiten door landbouwers. Met name in de (iets) hoger gelegen zuidoostelijke helft van het plangebied/tracé waren wellicht van nature goed/voldoende ontwaterde gronden aanwezig die geschikt waren voor landbouw. Tevens zijn circa 50 meter ten noorden van het zuidoostelijke deel van het plangebied/tracé tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden diverse archeologische resten en sporen aangetroffen daterend uit voornamelijk de IJzertijd, maar ook uit de Vroege-Middeleeuwen. Daarom wordt voor de perioden Laat-Neolithicum t/m Middeleeuwen de verwachting hoog geacht voor het zuidoostelijke deel plangebied/tracé, wel afnemend naar middelhoog in noordwestelijke richting. Wellicht dat in het noordwestelijke deel plangebied/tracé sprake was van periodiek vrij natte/drassige condities.

Het plangebied/tracé ligt op een vrij grote afstand ten noorden van de laatmiddeleeuwse nederzetting Wageningen en behoorde tot het agrarisch buitengebied. Historisch kaartmateriaal laat zien dat een groot deel van het plangebied/tracé door percelen akkerland liep, welke mogelijk oude landbouwgronden betreffen waarop een (dik) plaggendek kan zijn opgebracht vanaf het begin van de 19e eeuw en waarschijnlijk al eerder. Tevens doorsnijdt het centrale deel en (uiterst) zuidoostelijke deel plangebied/tracé locaties van woonerven/boerenerven die in ieder geval aan het begin van de 19e eeuw aanwezig waren. Daarom wordt voor de periode Nieuwe tijd de verwachting hoog geacht voor het centrale deel en (uiterst) zuidoostelijke deel plangebied/tracé en voor het resterende deel van het plangebied/tracé middelhoog.

Het noordwestelijke deel van de huidige Churchillweg, daarmee het gedeelte ter plaatse van onderhavig plangebied/tracé, is in de jaren ’70 van de 20e eeuw aangelegd en hierlangs hebben gelijktijdig bouwwerkzaamheden plaatsgevonden (uitbreiding van de bebouwde kom). Het plangebied/tracé zal zelf waarschijnlijk één of meerdere keren onderhavig zijn geweest aan meerdere wegvernieuwingen/wegreconstructies, waarbij waarschijnlijk ook diverse infrastructurele werken zijn uitgevoerd (denk aan aanleg van nutsvoorzieningen, kabels en leidingen). Een riolering is aanwezig in het gehele wegtracé en ligt op circa 1,5 - 2 meter diepte.

Conclusie en advies Het bureauonderzoek toont aan dat er zich in het plangebied/tracé mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Er geldt, op basis van de landschappelijke ligging en de reeds aangetroffen archeologische waarden in de directe omgeving dan wel grenzend aan het plangebied/tracé, vooralsnog de volgende archeologische verwachting:

• Een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten daterend vanaf het Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (Steentijdresten en -sporen). • Een middelhoge tot hoge verwachting voor de perioden Laat-Neolithicum t/m Middeleeuwen (landbouwers, hoog voor het zuidoostelijke deel van het plangebied/tracé, afnemend naar middelhoog voor noordwestelijke deel). • Een middelhoge tot hoge verwachting voor de periode Nieuwe tijd (hoog voor het centrale deel en (uiterst) zuidoostelijke deel plangebied/tracé en voor het resterende deel van het plangebied/tracé middelhoog).

Verder dient er rekening te worden gehouden dat binnen het betreffende wegtracé al diverse bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd. Een riolering is aanwezig in het gehele wegtracé en ligt op circa 1,5 - 2 meter diepte, welke tijdens de geplande wegreconstructie/herinrichting verder ook niet zal worden vervangen.

Door de initiatiefnemer is aangegeven dat de geplande werkzaamheden binnen het bestaande wegtracé zullen worden uitgevoerd en dat geplande bodemingrepen niet dieper zullen reiken dan verstoringen welke al hebben plaatsgevonden voor eerdere wegreconstructies van (het noordelijke deel van) de Churchillweg. Daarom wordt geadviseerd ten aanzien van de geplande wegreconstructie/herinrichting geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Mocht in de toekomst wel bodemingrepen gaan plaatsvinden dieper dan verstoringen die hebben plaatsgevonden voor eerdere wegreconstructies, is het advies om (in eerste instantie) een aanvullend onderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Door middel van de verkennende boringen zal inzicht worden verkregen in de toestand van het bodemprofiel (mate van intactheid dan wel moderne verstoring van de oorspronkelijke bodemopbouw). Tevens dient er dan gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek kan dan worden vastgesteld of er binnen (delen van) plangebied/tracé nog archeologische resten in situ te verwachten zijn. Afhankelijk van de resultaten van het verkennend booronderzoek bestaat de mogelijkheid dat er, daar waar sprake is van een (deels) intact oorspronkelijk bodemprofiel (niet of in slechts beperkte mate verstoord), nog een archeologisch vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/2SGTHA
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/2SGTHA
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2023
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 9474293
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem