Laagland Archeologie heeft in juni 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Koriander 34 (ong.) te Klazienaveen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de ontwikkeling tot bedrijfsterrein.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt op een lager deel van de Hondsrug. Gedurende het Laat-Neolithicum ? Midden-Bronstijd raakte het terrein bedekt met veen, dat zich tot in de vorige eeuwen kon handhaven. In de vorige eeuwen vond hier grootschalige veenontginning plaats. Na ontginning werd een dik veenkoloniaal dek opgebracht. Het plangebied is sindsdien aldoor onbebouwd gebleven. Bodemkundig is sprake van veengronden met een veenkoloniaal dek met dekzand binnen 120 cm -mv. In de top van dit dekzand heeft zich een humuspodzol ontwikkeld. Voor wat betreft de periode Laat-Paleolithicum ? Vroeg-Neolithicum kan een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten worden aangehouden. Voor wat betreft het Midden- en Laat-Neolithicum geldt een hoge verwachting. Resten uit latere perioden worden niet verwacht.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Emmen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, L. van der Weijden (gemeentelijk archeoloog).Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).?