Tilburg, Biezenmortel

DOI

In opdracht van de Gemeente Tilburg heeft BAAC Archeologie en Bouwhistorie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Biezenmortel. Aanleiding voor het onderzoek is de gemeentelijke herindeling, waarbij een deel van de gemeente Haaren, te weten Biezenmortel, op 1 januari 2021 is toegevoegd aan de gemeente Tilburg.Met de term Biezenmortel wordt een gebied aangeduid met enkele woonkernen, waaronder Biezenmortel, dat is gelegen in de Roerdalslenk, omgeven door bijzondere natuurgebieden. De bijzondere natuur is het gevolg van de landschappelijke situatie in de regio. In het noorden ligt een groot stuifzandgebied, de Loonse en Drunense duinen. Ten zuiden van het stuifzand bevindt zich de Zandleij en een groot nat gebied. Deze zone staat bekend als De Brand en ligt grotendeels buiten het plangebied. De Zandleij ligt deels in een dalvormige laagte, maar voornamelijk in een gebied met dekzandwelvingen. In het zuiden bevindt zich een kleine dekzandrug als hoger gelegen punt in het landschap voordat het weer overgaat in een lager gelegen nat gebied.De verschillende geomorfologische eigenschappen hebben zich vertaald in verschillende bodems. In een groot deel van het plangebied liggen plaggenbodems die zijn gevormd door het voortdurend bemesten met plaggen. In de lagergelegen gebieden komen gooreerd- en beekeerdgronden voor. Verder zijn er lokaal nog twee zeer dunne bodems gekarteerd, te weten duinvaaggronden en vlakvaaggronden. In het zuiden van het plangebied is leem gewonnen voor een nabijgelegen steenfabriek en ook in het noorden hebben mogelijk ontgrondingen plaatsgevonden die de natuurlijke bodemopbouw verstoord hebben.De huidige bebouwing vindt zijn oorsprong in de middeleeuwse boshoeven ontginningen. Aan de kop van de ontgonnen stroken land bevonden zich één of enkele boerderijen en deze vormden samen een buurtschap. In het plangebied gaat het om Zandkant, Biezenmortel, ’t Winkel en ’t Hooghout. Deze situatie bleef lang gelijk, totdat eind 19e en begin 20e eeuw verandering optrad. De industrialisatie kwam op gang en net buiten het plangebied werd de eerder vermelde steenfabriek gebouwd. Tussen ’t Winkel en ’t Hooghout kwam een instelling voor ‘zwakzinnigen’ te liggen, Huize Assisië. Deze instelling bracht naast veel nieuwe inwoners ook veel nieuwe werkgelegenheid met zich mee. Iets later kwam er een klooster tussen Biezenmortel en ’t Winkel. Rond dit klooster kwam een kerk, een school en een café, waardoor Biezenmortel een kern kreeg. In de jaren daarna verdichtte deze kern, maar de bevolking bleef overwegend werkzaam in de agrarische sector. Dit veranderde na de Tweede Wereldoorlog, toen er diverse boerderijen zijn vernield door brand. De verdichting van de bebouwing zette door en door schaalvergroting in de landbouw werden er steeds meer grote stallen en schuren bij de boerderijen geplaatst. Toch is het oorspronkelijke stratenpatroon nog goed herkenbaar.Er zijn weinig onderzoeken gedaan in het plangebied en geen van alle was een gravend onderzoek. Over het algemeen was de conclusie bij de uitgevoerde onderzoeken dat de bodem te nat was voor bewoning of dat deze zo diep geroerd is, dat er geen archeologie meer te verwachten is. De enige twee vondstmeldingen zijn administratief van aard. De meest noordelijke melding betreft steentijdvondsten uit het stuifzandgebied en de tweede melding betreft een urn met bronzen bijltjes. Zowel de urn als de bijltjes zijn sinds de eerste melding in 1904 verdwenen.Een groot deel van het noorden van het plangebied is deel van een Natura 2000-gebied. Ook de leemkuilen behoren tot dit Europese natuurnetwerk. Er komen veel bijzondere diersoorten voor, maar ook zeldzame planten en insecten vinden hier hun thuis. Zoals vermeld is het wegenpatroon in het plangebied vrijwel onveranderd. De grootste aanpassingen zijn de lanen en wegen rond Huize Assisië en de spoorlijn Tilburg-’s Hertogenbosch. De oudere wegen hebben daarom een (middel)hoge cultuurhistorische waarde gekregen.Aan deze wegen liggen twee complexen die als rijksmonument zijn aangewezen, te weten een boerderij met schuur en diverse gebouwen en beelden van Huize Assisië. Alle boerderijen die de tand des tijds redelijk hebben doorstaan zijn verder gemeentelijk monument of zijn een zogenaamd cultuurhistorisch waardevol object. Al deze informatie heeft geleid tot verschillende verwachtingswaarden in het plangebied. Deze zijn onderverdeeld in hoog, middelhoog en laag. Gebieden die ontgrond zijn hebben geen verwachting gekregen. Hier worden geen archeologische resten meer verwacht. Voor de onverstoorde locaties met een middelhoge of hoge verwachting wordt, indien de mogelijk aanwezige archeologische waarden bedreigd worden met verstoring, nader onderzoek aanbevolen. In een eerste fase dient een verkennend inventariserend veldonderzoek te worden uitgevoerd, waar mogelijk aangevuld met een oppervlaktekartering, om kansarme en kansrijke zones te definiëren en om de intactheid van de bodem te verifiëren. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen zones geselecteerd worden voor een karterend/waarderend inventariserend veldonderzoek. Waar een middelhoge of hoge verwachting geldt voor de late middeleeuwen en/of nieuwe tijd kan een verkennend booronderzoek geen uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van een vindplaats. Voor deze locaties wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd.In het noorden, langs de Oude Bosschebaan, geeft de ontgrondingenkaart van de provincie Noord-Brabant aan dat voor grote delen een ontgrondingsvergunning is verleend. Voor een aantal van deze gebieden zijn geen aanwijzingen dat deze ontgrondingen ook zijn uitgevoerd. Daarom wordt er geadviseerd om in die gebieden die zijn aangegeven een verkennend booronderzoek uit te voeren om te bepalen of de ontgronding heeft plaatsgevonden en zo ja, om de diepte van de ontgronding vast te stellen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-X6Z-KQ2X
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-X6Z-KQ2X
Provenance
Creator E. de Boo van Uijen
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.J.W.M. Gruben; BAAC
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.J.W.M. Gruben (BAAC bv)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 11217; 10532; 885; 8074; 18974247
Version 1.0
Discipline Humanities