In opdracht van Hans Rietveld Agrarisch Advies is door De Steekproef bv in Alphen aan den Rijn een plangebied onderzocht aan de Kortsteekterweg 12. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Aanleiding voor het onderzoek is de sloop van de huidige ligboxenstal en herbouw en uitbreiding hiervan. De uitbreiding zal 930 vierkante meter bedragen. Bij de hiervoor benodigde graafwerkzaamheden kunnen archeologische waarden verloren gaan. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen.In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een hoge archeologische verwachting voor resten uit de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen. Voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt in verband met de ligging van het plangebied buiten het langs de Kortsteekterweg gelegen lint van historische bebouwing, hooguit een middelhoge verwachting. Om het gespecificeerd archeologische verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied tien boringen gezet met behulp van een guts en een edelmanboor met een diameter van twaalf centimeter.De resultaten van het booronderzoek laten zien dat in het plangebied binnen drie meter beneden het maaiveld geen stroomgordel- of oeverafzettingen aanwezig zijn die in het (verre) verleden geschikt zijn geweest voor bewoning. Daarentegen lijkt het plangebied onderdeel te hebben uitgemaakt van een rietmoeras waarin klei werd afgezet. Deze klei is door de afzetting in een zeer nat milieu volledig ongerijpt en is nooit geschikt geweest voor bewoning. Naar boven toe wisselt de mate van venigheid van deze klei. Dit hangt waarschijnlijk samen met variaties in de snelheid waarmee klei is afgezet. Uiteindelijk is in het plangebied een pakket komklei gevormd. Hier bovenin is een enkele decimeters dikke zodelaag ontstaan. Nabij de bestaande bebouwing is deze zodelaag vervangen door een pakket vergraven/opgebrachte klei met daarin opgebrachte puinresten.Het pakket komklei is een halve tot een hele meter dik en bevat nergens in het plangebied vegetatiehorizonten of (overige) archeologische indicatoren. In verband hiermee en in verband met de ongeschiktheid voor bewoning van de onderliggende afzettingen, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn in het plangebied archeologische resten gevonden waarmee bij de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden.