Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (15409.002) Bredestraat 34 te Leuth

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoekOp basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de periode Laat-Neolithicum en een hoge verwachting voor de perioden vanaf de Bronstijd. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging binnen de Leuth stroomgordel. Deze stroomgordel was actief van circa 2500 tot 190 v. Chr. (Laat-Neolithicum t/m Late-IJzertijd). Met het ontstaan van de Leuth stroomgordel, en daarmee de vorming van hoger gelegen kronkelwaardruggen, oeverwallen en crevassen, kreeg het plangebied een gunstige ligging voor bewoning. Ook nadat de Rijn de Leuth stroomgordel definitief had verlaten om vervolgens noordelijker te gaan stromen, ter plaatse van de Waal, behielden de oude stroomruggen hun relatief hoge ligging in het landschap. Deze gunstige ligging als bewoningslocatie wordt bevestigd door de diverse vindplaatsen die tijdens gravend onderzoek zijn uitgevoerd met name ten zuiden van het plangebied, in en direct rondom de historische kern van Leuth. Deze vindplaatsen dateren vanaf de Late-Bronstijd en vooral uit de Romeinse tijd (1e t/m 3e eeuw na Chr.) en zijn veel sterk ruraal van karakter (agrarische nederzettingsterreinen/huisplaatsen). Als in de loop van de Romeinse tijd de stroomruggen steeds vaker overstroomt dreigen te raken, werpen de bewoners woonheuvels op, ook wel aangeduid als huisterpen/pollen of oude woongronden. Hierdoor bevinden zich op verschillende plaatsen in het landschap dergelijke oude woongronden, waarop bewoning bleef plaatsvinden tot in de Middeleeuwen. Vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal en historische gegevens is bekend dat binnen het plangebied de in 1767 gebouwde en in 1980 afgebrande boerderij De Elzenhof heeft gestaan. Of er een oudere (middeleeuwse?) voorloper heeft gestaan kan ook niet worden uitgesloten. Verder laat het hoogtebeeld zien dat het plangebied, en zeker de zuidelijke helft, een beduidend hogere ligging heeft in het landschap, wat duidt op de ligging op een huisterp/pol of oude woongrond.Resultaten inventariserend veldonderzoekDe vanuit het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) vastgestelde paleogeografische opbouw komt vrij goed overeen met de bevindingen van het bureauonderzoek. In de noordelijke helft van (de onbebouwde delen van) het plangebied is niet of slechts in beperkte mate sprake van een opgebrachte laag grond/terpgrond. Bodemverstorende ingrepen zijn over het algemeen beperkt gebleven tot de huidige bouwvoor en betreft het aanwezige bodemprofiel een ooivaaggrond, gevormd in de top van het pakket op kronkelwaardwaard-/beddingafzettingen voor die gesedimenteerd zijn tijdens de actieve fase van de Leuth. Het gaat hierbij om matig tot sterk zandige klei die rond een gemiddelde diepte van circa 150 cm -mv geleidelijk overgaan in kleiig zand en vervolgens grindrijk, matig grof tot zeer grof zand. Juist in de zuidelijke helft van het plangebied, en toenemend in dikte in zuidelijke richting (de hoogste delen het plangebied), zijn antropogene lagen aangetroffen van zwak humeus, kalkrijk, sterk kleiig zand tot sterk zandige klei, veelal vermengd met resten/brokjes rode baksteen, kalkmortel en plaatselijk houtskoolspikkels. Deze terpgrond oogt ten dele recentelijk verstoord, wat waarschijnlijk te relateren is aan de graafwerkzaamheden die hebben plaatsgevonden nadat in 1980 de boerderij was afgebrand als door navolgende bouwwerkzaamheden van de bestaande bebouwing. In het meest zuidelijke tot zuidelijke deel van het plangebied bevat het onderste deel van antropogene lagen veel fosfaatvlekken. Hierbij is in de top van dit pakket aangebrachte grond/woongrond, een fragment Siegburg steengoed uit de 15e eeuw aangetroffen. Dit vormt een aanvullende aanwijzing dat vóór het ontstaan van het erf Elzenhof er al bewoningsactiviteiten hebben plaatsgebonden en dat er wellicht een voorloper van de in 1767 gebouwde boerderij heeft gestaan. Verder is vondstmateriaal aangetroffen in het pakket terpgrond, waarbij verschillende fragmenten roodbakkend aardewerk en brokken/resten hard als zacht gebakken baksteen gedateerd kunnen worden in de 17e tot 19e eeuw. Dit sluit goed aan bij het bestaan van boerenerf met de naam Elzen-hof, gekoppeld aan de in 1767 gebouwde en in 1980 afgebrande boerderij De Elzenhof. Tevens is bij de boring gezet vrijwel direct ten zuiden van de bestaande woning, op het hoogste deel van de terp/pol een tweetal lagen van bijna puur baksteen en kalkmortel aangetroffen, welke goed mogelijk uitbraakrestanten kunnen betreffen. Ondergrondse restanten van de in 1767 gebouwde boerderij, zoals muurwerk/funderingsresten, kun dan ook zeker worden aangetroffen.ConclusieOp basis van de aangetroffen bodemopbouw kan al worden geconcludeerd dat voor het plangebied de archeologische verwachting, op basis van het bureauonderzoek, gehandhaafd kan blijven. Tevens bevestigd het de aanwezigheid van een terp/oude woongrond in de zuidelijke helft van het plangebied, waarbij aangetroffen vondstmateriaal ook al duidt op een oudere bewoningsfase binnen het erf Elzenhof. Een archeologische vindplaats kan dan ook zeker worden verwacht. Bij bodemingrepen kunnen deze worden verstoord. AdviesDoor de initiatiefnemer/opdrachtgever is aangegeven dat er ten behoeve van de geplande ontwikkelingen géén bodemverstorende ingrepen zullen worden uitgevoerd. Indien deze ontwikkeling ongewijzigd blijft wordt archeologisch vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Mochten er wijzigingen plaatsvinden in de geplande ontwikkeling, waarbij bodemingrepen noodzakelijk zijn dieper dan 30 cm -mv (conform de volgens het bestemmingsplan geldende planregels), wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek, welke normaliter zal bestaan uit het uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Dit geldt eveneens voor eventueel andere toekomstige ontwikkelingen/bouwwerkzaamheden. De geldende archeologische dubbelbestemming dient dan ook te worden gehandhaafd.Wanneer er de noodzaak bestaat uit voor de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek, dient hiervoor een door de bevoegde overheid (gemeente Berg en Dal) goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

Date Accepted: 06-01-2022

Date Accepted: 2022-01-06

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-z2y-dd6x
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-z2y-dd6x
Provenance
Creator EMILE ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; EMILE ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2022
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/openAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess true
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 11633; 11207541; 11623; 1044; 5374
Version 1.0
Discipline Humanities